Op dit moment zijn we gesloten

Volg ons op Facebook voor het laatste nieuws.

Te zien vanaf 12 juli: Nieuwe Nuances in het Cobra Museum voor Moderne kunst. #cobramuseum #amstelveen #womeninart pic.twitter.com/3LQCYayZGg

On display from July 12 in the Cobra Museum of Modern Art. "New Nuances, female artists in and around Cobra". Inclu… twitter.com/i/web/status/1…

Kijk op deze site naar de actuele workshops.

Lucebert

-

Amsterdam 1924, Alkmaar 1994

Tijdens de Cobra-expositie in het Stedelijk Museum, in 1949, was een dichterskooi te zien. Hierin lazen experimentele dichters hun werk voor. Een van hen was Lucebert, die ook als beeldend kunstenaar geschiedenis schreef.

Avant-gardebewegingen beperkten zich zelden tot de beeldende kunst. Net als bijvoorbeeld de kubisten en de futuristen vóór hen, onderhield Cobra nauwe banden met een groep dichters: de Vijftigers. Diverse leden of met de groepen geassocieerde personen waren én actief op gebied van de beeldende kunst, én op gebied van de literatuur. De meesten van hen werden uiteindelijk bekend om hun werk in een van die twee disciplines – maar Lucebert is een opvallende uitzondering. Hij won maar liefst vier oeuvreprijzen voor zijn poëzie, en zijn versregel ‘alles van waarde is weerloos’ behoort tot het collectieve geheugen van Nederland. Zijn poëzie overschaduwt zijn beeldend werk echter niet. Luceberts schilderijen en tekeningen kun je bijvoorbeeld nog regelmatig tegenkomen in musea. Beide kanten van zijn oeuvre liepen bovendien regelmatig door elkaar, zoals te zien is aan zijn gedichttekeningen, de zelf vervaardigde omslagen van zijn bundels, en programmatische regels als ‘nu komen ook de kooien van de poëzie / weer open voor het gedierte van miró’ (probeer daarbij eens niet aan de dichterskooi te denken).

Tijdschrift Braak no5. 1950. Omslag door Lucebert

In 1924 werd Lubertus Jacobus Swaanswijk geboren in Amsterdam. Al op jonge leeftijd interesseerde hij zich in zowel literatuur als kunst, met een belangstelling die uitging van Duitse romantische poëzie, moderne schilderkunst (Picasso, Klee, Ernst) én stripverhalen. Die laatste invloed is nog goed te zien in het spotprent- en karikatuurachtige van zijn tekeningen en schilderijen, die anachronistisch redenerend wel iets weghebben van het werk van Gummbah en Kamagurka. Andere duidelijke invloeden zijn het surrealisme – onder meer de indruk van het automatisch/onderbewust schilderen, en de manier waarop mens- en dierfiguren in elkaar overvloeien –, en zelfs de oorlogsgruwelen van Picasso en Goya. Let bijvoorbeeld op het verwrongen karakter en het onmiskenbaar Guernica-achtige paard op Luceberts schilderij Strijd.

Lucebert, Strijd 1951 Collectie Cobra Museum voor Moderne Kunst

De jonge Swaanswijk hielp zijn vader, een huisschilder, vaak met de zaak, en een van de muurschilderingen die hij toen maakte werd ontdekt door een toevallige voorbijganger. Die zorgde ervoor dat Swaanswijk de Kunstnijverheidsschool kon, die hij overigens om financiële redenen al na een halfjaartje moest verlaten. Ook maakte hij in ruil voor kost en inwoning een muurschildering voor een klooster, die vanwege de opzettelijk mismaakte mensfiguren niet bij de nonnen in smaak viel – ze lieten uiteindelijk de muur met witte verf overschilderen. Na de oorlog kwam hij echter wel op de juiste plaats terecht: de eveneens jonge dichter Gerrit Kouwenaar ontdekte Swaanswijks experimentele poëzie en herkende in hem een geestverwant. Hij werd lid van de Experimentele Groep in Holland, een belangrijke voorloper van Cobra. Lubertus begon zichzelf Lucebert te noemen: een combinatie van het Italiaanse ‘luce’ (licht) en het Germaanse ‘bert’ (hel, schitterend). Deze associatieve betekenisdragende en -veranderende variatie op zijn voornaam zou later illustratief blijken voor zijn poëzie.

De 5tigers. Lucebert zit op de voorgrond in deze foto van Paul Huf

Een vergelijking tussen Luceberts poëzie en zijn kunst laat opvallende overeenkomsten zien. Het fysieke van veel van de Cobra-schilderkunst – de dikke verf en het materie-schilderen, de voorliefde voor lichamelijke onderwerpen – heeft een opvallende equivalent in Luceberts poëzie. Die is namelijk vaak lyrisch-associatief van aard, door te variëren op woorden – zowel op inhoudelijk als klankniveau. Volgens neerlandicus Thomas Vaessens schrijft Lucebert ‘poëzie die zijn eigen ontstaansproces laat zien. […] Sommige van zijn gedichten gaan niet alleen over hun ontstaan […], maar ze zijn het [proces] ook. Bijvoorbeeld omdat ze dezelfde zichtbare, lineair-associatieve voortgang vertonen als de solo van de jazzmusicus: […] in een combinatie van associatieketens en spontane spoorwisselingen komt het gedicht tot stand.’ Deze karakteristiek gaat onder meer op voor het beroemde ‘lente-suite voor lilith’. Het volgende fragment leest alsof je de wilde bewegingen van een Cobra-schilder volgt:

lilith

die is lief die liebe suite van delibes

wie blieft

wie

die

wie is die

lilith

wie is lilith

lilith

die is lief die liebe suite van delibes

Luceberts beeldende kunst maakt een vergelijkbare spontane indruk, alsof zijn schilderijen en tekeningen plotselinge ingevingen zijn; dat ze opeens zijn ontstaan uit een inkt- of verfvlek en de rest er als vanzelf aangroeide. Lijnen zijn zelden strak en recht, maar eerder bibberig en grillig. Vergissingen bestonden voor hem niet, alleen toevallige aanknopingspunten om het kunstwerk nieuwe richtingen in te laten slaan. Of zoals de titel van neerlandicus Cyrille Offermans’ boek over Luceberts werk op papier het treffend samenvat: Vlek als levenswerk. Hoe fysiek (georiënteerd) zijn beeldende praktijk was, geeft dit prachtige citaat van Lucebert zelve aan:

Elk schilderij heeft een bloedsomloop, laat het schilderij ademen, laat het zijn hartslag versnellen,

laat het dan ook zijn eigen wil hebben, eigen mening en een eigen groot verlangen,

laat het in vervulling gaan waar het uiteindelijk naar streeft, dat het schilderij in staat zal zijn zelf een schilderij te maken.

Verflichaam leef!

Lucebert Pythia 1960 Collectie Cobra Museum voor Moderne Kunst

Lucebert en het nationaalsocialisme

Uit de in 2018 verschenen Lucebert-biografie van Wim Hazeu bleek Lucebert nazisympathieën te hebben gehad en bleek hij zich in brieven op antisemitische wijze hebben geuit. Begrijpelijkerwijs deed dit veel stof opwaaien. Hoewel Lucebert zich hier in zijn leven nooit over heeft uitgesproken, lijkt hij na de oorlog hier duidelijk afstand van te hebben genomen. Zijn poëzie zit vol verwijzingen naar Joodse mystiek en zijn kunst is grotendeels geënt op wat de nazi’s veroordeelden als Entartete Kunst. Hoe deze feiten de interpretatie van Luceberts werk de komende tijd zullen gaan kleuren is nog niet bekend, maar het Cobra Museum kiest ervoor om Luceberts werk te laten blijven zien én bezoekers in te lichten over deze zwarte bladzijde, om een gesprek hierover mogelijk te maken.

Schrijf u in voor de Cobra Museum nieuwsbrief