Op dit moment zijn we gesloten

Volg ons op Facebook voor het laatste nieuws.

RT @lajornadaonline: La exposición "CoBrA: serpiente de mil cabezas", de 126 obras, que se exhibe en el @museoAmodernoMX, es el resultado d…

RT @amstelveen: Día de Muertos altaar Cobra Museum verkozen tot mooiste ter wereld: AMSTELVEEN – Het Mexicaanse ‘doden altaar’ dat nu te zi…

Kijk op deze site naar de actuele workshops.

Jan Elburg

-

Wemeldinge30 november 1919 – Amsterdam13 augustus 1992

Jan Elburg was een van de dichters in de dichterskooi, die te zien was tijdens de roemruchte Cobra-expositie in het Stedelijk Museum in 1949. Dat is eigenlijk best logisch, maar ergens ook best opmerkelijk. Elburg is vooral bekend geworden als dichter, en als er zijn poëzie gesproken wordt, duurt het nooit lang voordat hij aan de Vijftigers gelinkt wordt. Deze groep Nederlandstalige, experimentele dichters onderhield nauwe banden met Cobra.

Echter, Elburg was ook beeldend kunstenaar (én docent aan de latere Rietveldacademie, én reclameman – hij bedacht de beroemde DAF-slogan ‘het pientere pookje’). Zijn oeuvre bestaat voor een substantieel deel niet alleen uit poëzie, maar ook uit schilderijen, collages, tekeningen en objecten. Een deel daarvan behoort tot de collectie van het Cobra Museum en hangt regelmatig op zaal tijdens collectiepresentaties. De schilderijen sluiten goed aan bij de Cobra-stijl; denk bijvoorbeeld aan het duidelijk door kindertekeningen beïnvloede Zwaaiend kind met parachute. De collages daarentegen neigen veel sterker naar dada en het surrealisme. Ook in zijn literaire werk was hij tegendraads en zette hij de taal graag op zijn kop. Een van zijn bekendste regels draait een bekend cliché om: ‘Prijs de dag voor het avond is’.

Jan Elburg, Zwaaiend kind met parachutist

Elburg werd in 1919 in een Zeeuws dorp geboren. Hij debuteerde in 1941 als dichter. Hij was de eerste dichter die in contact kwam met de Experimentele Groep in Holland, de kunstenaarsgroep die de directe voorloper van Cobra was en leden telde als Constant, Asger Jorn en Corneille. Later voegde Elburg zich bij hen, en daarna collega-dichters Gerrit Kouwenaar, Bert Schierbeek en Lucebert. De kunsttak ging over in Cobra; de literaire tak in de Vijftigers. Elburg kwam bij de laatste groep terecht, maar leek daar weinig mee te zitten: ‘Ik heb mij altijd op de poëzie geconcentreerd en hield mijn tekeningen bij me omdat die beeldende kant al heel vakkundig werd gedaan door Appel, Corneille, Constant en de anderen. Maar er waren maar drie dichters.’

Jan Elburg, De beschaafde verkoper

Elburgs poëzie werd opgenomen in de spraakmakende bloemlezingen Atonaal en Vijf 5tigers, die belangrijk waren voor de receptie van de Vijftigers-poëzie. Opmerkelijk genoeg wilde Simon Vinkenoog, die Atonaal samenstellen, Elburg buiten zijn bloemlezing houden, omdat hij niet experimenteel genoeg zou zijn. Onder druk van Lucebert ging Vinkenoog toch overstag. Zoals gezegd was hij in de dichterskooi aanwezig, maar leverde hij ook een visuele bijdrage – een controversiële zelfs. De vierde editie van het tijdschrift Cobra was tevens de catalogus bij de expositie, en daarin stond Elburgs collage La putain de classe afgedrukt: de hoer van klasse. Te zien was het lichaam van Titiaans beroemde Venus van Urbino, maar dan voorzien van het hoofd van een oudere Amerikaanse vrouw. Drie gluurders staarden naar haar. Dat leidde tot zo’n ophef – op een al niet van schandalen gespeende expositie – dat het nummer in kwestie mocht niet langer in het Stedelijk verkocht worden.

Jan Elburg's bijdrage aan het Cobra Magazine no.4

Elburg overleed in 1991. Hij had belangrijke (oeuvre)prijzen gewonnen voor zijn poëzie, maar toch bleef hij enigszins miskend. Dichter Wiel Kusters schreef een in memoriam – waarin hij hem terecht al in de eerste zin terecht dichter én beeldend kunstenaar noemt – voor hem in het NRC: ‘Jan Elburg was een geprezen dichter. In 1976 ontving hij de Constantijn Huygensprijs en de P.C.-Hooftprijs kan niet ver weg zijn geweest. Toch heeft hij die nooit gekregen: er werd wat weinig over hem geschreven en dat scheelt.’ Ook merkte Kusters op ‘dat de kritiek zijn werk dikwijls te hermetisch vond of te dogmatisch in het experimentele. Vooral dat laatste werd weleens gezegd. Met een gemakzucht die onrechtvaardig mag heten.’ Opmerkelijk, gezien de aanvankelijke kritiek die Simon Vinkenoog op Elburg had.

Helemaal rechts staat Jan Elburg

Begin jaren ’10 van deze eeuw stond Elburg weer in de belangstelling – in vrij beperkte kring weliswaar, maar toch –, dankzij een aantal publicaties. In 2012 verscheen de door Jan van der Vegt geschreven Elburg-biografie De man met de drietand, evenals Ik zie scherper door de taal: Een bloemlezing uit zijn gedichten. Ook verscheen een brievenboek dat een deel van zijn correspondentie bevatte met de grotendeels onbekend gebleven mede-Vijftiger Koos Schuur (1915-1995). ‘Eerherstel’ en ‘herontdekking’ zouden te grote woorden zijn, maar er werd weer over Elburg geschreven – en daarbij kwam ook regelmatig zijn beeldende werk ter sprake.

Jan Elburg, piepschuim werk 1961

Schrijf u in voor de Cobra Museum nieuwsbrief