![]() |
Cracking Cobra: 11 studenten van de Gerrit Rietveld Academie reageren op het Cobra Museum en haar collectie
participating artists: Voor het eerst in Nederland zijn een kunstacademie en een museum een driejarige samenwerking aangegaan in de vorm van een honoursprogramma. 11 studenten van verschillende bachelor opleidingen zijn geselecteerd voor een aanvullend ‘Honours programma’. Zij hebben zich de afgelopen 8 maanden verhouden tot de collectie van het Cobra Museum en het CoBrA erfgoed. Cracking Cobra is de eerste vrucht van hun creativiteit en wordt op 24 mei gelanceerd met het bekend maken van de plannen, het tonen van onderzoek, schetsen en maquettes. De toepassing van deze onderzoeken vindt deze zomer in het museum plaats, met tijdelijke interventies in bestaande tentoonstellingen. Dat gebeurt op gezette tijden vanaf 7 juni. In het onderzoeksproces hebben de studenten, van de afdelingen Beeld en Taal, Grafische Vormgeving en Fotografie, zich verdiept in de Cobra beweging. De volgende onderwerpen brachten zij naar voren: de relatie tussen een kunstwerk en de beschouwer, de zenfilosofie van Shinkichi Tajiri, de dynamiek van hedendaagse (kunst)groepen en de vraag, hoe presenteer je avant-garde kunst? Het resultaat is de presentatie en de uitvoering van deze vier uiteenlopende onderzoeksvoorstellen. Het Cobra Museum voor Moderne Kunst wil op een experimentele manier haar cultureel erfgoed rondom de Cobra beweging (1948-1951) verbinden met het heden en zich openstellen voor jonge generaties kunstenaars. Het museum nodigde studenten van de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam uit om onderzoek te doen door middel van kritische reflectie en praktijkervaring. Daarbij reageerden zij op het materiële en immateriële erfgoed van Cobra en het Cobra Museum als instituut. Gedurende het programma hebben ze verschillende onderwerpen, die verband houden met de Cobra beweging, kritisch tegen het licht gehouden. Dit gebeurde aan de hand van theorie, excursies, lessen van gastdocenten en hands-on ervaring met origineel werk en documentair materiaal. Het Cobra Museum had hiervoor haar museumcollectie en het archief opengesteld. Het gedachtegoed en de nalatenschap van Cobra uit de jaren vijftig blijkt, nog steeds, een voedingsbron voor nieuwe generaties kunstenaars. Het onderzoeksprogramma Cracking Cobra geeft jong talent de ruimte en biedt de museumbezoeker een nieuwe ervaring en een frisse blik op Cobra. ‘Cracking Cob’ kwam tot stand binnen het Open Collectie programma van het Cobra Museum met de steun van het Mondriaan Fonds en met dank aan de Gerrit Rietveld Academie. |
|
|
top Armando vs Armando10.03 - 02.06 2013 Opening 10 maart
Met de tentoonstelling ‘Armando vs Armando’ laat het Cobra Museum voor Moderne Kunst recent werk van Armando (1929) zien. In zijn atelier, gevestigd in een oude kazerne in Postdam, net buiten Berlijn, werkt de inmiddels 83-jarige kunstenaar nog iedere dag aan zijn indringende doeken. Met de bezetenheid en de bevlogenheid van een schilder die leeft voor zijn kunst. De tentoonstelling Armando v/s Armando is een vervolg op de presentatie die in 2006 in het museum plaatsvond. Toen werd de gehele artistieke ontwikkeling van Armando vanaf 1952 tot en met 2005 belicht. Sinds die tijd heeft de inmiddels 83-jarige kunstenaar niet stil gezeten. Cherry Duyns heeft speciaal voor Armando v/s Armando minutieus genoteerd hoe een schilderij van Armando tot stand komt. Van het type kwast , de noodzakelijke koffie tot aan de gasten die in en uit het atelier lopen terwijl de schilder stug door schildert. Genoteerd minuut per minuut. Armando is geen mythe. Integendeel, hij is aards en werkt hard en hij werkt door. Hij laat zich leiden door zijn onverwoestbare geest wiens lichaam het soms maar moeilijk bij kan houden. Op 17 maart vind er een speciale talkshow op zaal plaats met Armando en Cherry Duyns. Alleen via de Avro Kunst&Cultuur magazine kunt u hiervoor reserveren. De talkshow zal ook live worden gestreamed. Hou onze facebookpagina in de gaten voor updates hieromtrent. Bij de tentoonstelling verschijnt een catalogus ontworpen door Mart Warmerdam en is een vervolg op de Armando catalogus die het museum in 2006 presenteerde. |
© Michael Tedja, Courtesy Galerie |
top Cobra Museum voor Moderne Kunst presenteert in het kader van het Cobra Contemporary programma Michael Tedja - SNAKE02.02 - 26.05 2013 Opening 1 februari 17.30 uur Het Cobra Museum voor Moderne Kunst presenteert SNAKE van Michael Tedja (1971 Rotterdam). Michael Tedja toont een selectie uit zijn oeuvre dat in een periode van 10 jaar is ontstaan en meer dan 1500 tekeningen en schilderijen op papier en linnen bevat. Tedja’s energie is grenzeloos en zijn visie geslepen. Hij werkt geconcentreerd met materialen, kleuren en woorden. De circa 350 voor SNAKE geselecteerde werken zijn soms intiem klein, soms van monumentale afmetingen en in de schilderijen zijn vrijwel altijd de meest uiteenlopende objecten verwerkt, waaronder zelfs een keer een fiets. Tedja’s geheel eigen universum is de afgelopen 10 jaar tot wasdom gekomen in een loods buiten Amsterdam. Het fictieve karakter SNAKE speelt hierin een centrale rol. SNAKE vertelt een gelaagd verhaal waarin alledaagse zaken hand in hand gaan met geopolitieke en historisch beladen onderwerpen. Tedja zelf heeft geregeld uitwisselingen over dergelijke onderwerpen op internetfora, waar hij zich bijvoorbeeld bezig houdt met het duiden van verbanden tussen op het eerste oog onsamenhangende cijferreeksen - iets dat ook in zijn beeldende werk weer zijn beslag krijgt. Tedja is daarnaast ook schrijver. Een aantal jaren geleden schreef hij een experimentele roman van waaruit zich zijn fantasierijke beeldenwereld en universum ontvouwt. Kortom: niets is te klein voor Tedja om er aandacht aan te besteden en niets is te groot om er een mening over te hebben. Het Cobra Museum voor Moderne Kunst benadert het erfgoed van de Cobrabeweging als een dynamisch geheel om voortdurend opnieuw kritisch te beschouwen en uiteen te zetten. In het Cobra Contemporary programma wordt hedendaagse kunst getoond waarin de kernwaarden en de geest van Cobra bewust of onbewust zijn te herkennen. Juist hier valt het universum van de SNAKE op zijn plek. SNAKE brengt het publiek in aanraking met Tedja's energie en uitgekristalliseerde denkbeelden. Tedja's gebruik van beeld en taal binnen hetzelfde beeldvlak, de betrokkenheid bij de wereld die in zijn werk tot uiting komt, en de wijze waarop zijn expressionistisch aandoende beeldtaal gevat is in een strikt en conceptueel denkkader, zijn allemaal elementen die binnen de context van het Cobra Museum uitstekend tot hun recht komen. In één van zijn nieuwe series werken kritiseert Tedja bovendien de manier van 'display' en toe-eigening van etnografische objecten in de Westerse culturele wereld. Dit toont, zeker gezien het "veelzijdig primitivisme" van de Cobra beweging, een zekere verwantschap, en vormt eveneens een scherpzinnig commentaar op hedendaagse discussies. Gedurende de tentoonstelling zijn er diverse publieke evenementen. Zo zal er onregelmatig een verversing van de tekeningenwand plaatsvinden door conservator Hilde de Bruijn en speciale gasten. Michael Tedja zal een middag organiseren voor poëzie. Voor data, namen van gasten en speciale entreetijden en prijzen hou onze facebook pagina in de gaten. |
|
top Spontaniteit als gekozen weg23.01 - 26.05 2013
In november 1948 ondertekenden de Deen Asger Jorn, de Belgen
Joseph Noiret en Christian Dotremont en de Nederlanders Karel
Appel, Corneille en Constant een door henzelf opgestelde verklaring.
De oprichting van Cobra was daarmee een feit. De zes spraken zich uit
tégen een intellectuele benadering van hun nieuwe kunstpraktijk en vóór
het principe van: dóen. Het ‘spontane scheppen’ vanuit het materiaal,
maar ook het sámen doen waren belangrijke richtpunten. De vreugde
van totale vrijheid en spontaniteit moest een tegenwicht bieden aan de
nachtmerrie van de oorlog. De relatie tussen tekst en beeld speelde vanaf de oprichting van Cobra een belangrijke rol. Er waren immers ook dichters lid van de groep. Beeldend kunstenaars maakten tekeningen bij gedichten en omgekeerd schreven dichters bij beeldend werk. Hugo Claus en vooral Lucebert hadden een dubbeltalent, zij wijdden zich aan zowel het dichten als aan het schilderen. Ook Corneille schreef gedichten en teksten. De behoefte aan deze samenwerkingen en de belangstelling voor het persoonlijk handschrift als picturaal element in een compositie was vooral sterk in België. Christian Dotremont bedacht de term; hij realiseerde zogenaamde peinture-mots (schilderij-woorden) met onder meer Pierre Alechinsky en Asger Jorn. De onconventionele manier van het bijeen brengen van tekst en beeld en het (samen)werken paste bij Cobra en kwam mede voort uit opvattingen van Asger Jorn, die zich al bewust was van de visuele en materiële kwaliteit van letters en tekens nog voordat hij Christian Dotremont ontmoette. Zo schreef hij in 1944 dat schrijven en beeldende uitingen in wezen hetzelfde zijn. Hij keerde het traditionele idee dat het verhaal voorafgaat aan het beeld om. In de geschiedenis van de Scandinavische mythologie en prehistorie zag hij namelijk hoe bepaalde picturale motieven eeuwenlang bewaard waren gebleven, maar dat de verhalen die erbij hoorden telkens veranderden. |










