Informatie
Voor informatie en beeldmateriaal van lopende tentoonstellingen kunt u contact opnemen
Lieke Fijen, Hfd. PR,
T 020 - 5475038
E
PERSBERICHT, Amstelveen, 11 januari 2010
top
Johannes Schwartz
'Passion'
27.03 - 24.05 2010
Johannes Schwartz (München, 1970) exposeert vanaf 27 maart in het Cobra Museum ‘Passion’, zijn nieuwe serie van 17 foto's op groot formaat.
Johannes Schwartz maakte een nieuwe reeks filmische momentopnamen van een sobere inrichting die stil is blijven staan in de jaren vijftig; de meubels en voorwerpen reflecteren het personage dat het huis vele jaren bewoonde. Plastic tassen lagen verspreid door het hele huis. Johannes Schwartz heeft ze op intieme wijze gedocumenteerd. Door de plastic zakken tot onderwerp van zijn fotoserie te maken ontstond er een spanningsboog tussen het decor en place en een documentaireachtige setting.
Schwartz speelt met de conventies van verschijnen en verdwijnen en hun narratieve dimensie. Fotografie als middel voor het weergeven van verschillende denkbare realiteiten. De nieuwsgierigheid wordt direct gewekt door de niet zichtbare inhoud van de tassen. Tegelijkertijd roept de gekozen lichtval een sfeer op die aan het werk van de schilder Johannes Vermeer doet denken: oude vervlogen tijden in contrast met het ‘chemisch’ gekleurde plastic materiaal. Hoewel zijn interieurfoto's pure registraties zijn van een aangetroffen situatie, ogen ze als het resultaat van nauwkeurig door hem geënsceneerde opstellingen.
Schwartz' carrière nam in 1998 een vlucht met de foto's van in- en exterieurs van kinderhutten, gevolgd door foto's van interieurs van blinden, behandelkamers van psychiaters en opnamen van jagershutten.
Zijn werk was eerder in het Cobra Museum te zien tijdens de tentoonstelling ‘Paintbox’, waarmee hij in 2007 de Cobra Kunstprijs Amstelveen won.
Ter gelegenheid van de tentoonstelling verschijnt een publicatie.
Een kleine selectie uit de fotoserie zal vanaf 4 februari al te zien zijn op de Art Rotterdam.
Noot voor de pers:
Voor nadere informatie over ‘Passion’ en beeldmateriaal kunt u contact opnemen met: Lieke Fijen, , tel. 020 5475038.
Op verzoek ontvangt u een instructie waarmee beeldmateriaal direct kan worden gedownload van een beeldserver.
Zie eveneens: www.vanzoetendaal.nl.
PERSBERICHT, Amstelveen, 15 december 2009
top
Rob Voerman
‘Human Comfort’
30.01 2010 - 30.05 2010
‘Human Comfort’ is Rob Voermans eerste solopresentatie in een Nederlands museum. In deze omvangrijke overzichtstentoonstelling exposeert Voerman werk vanaf 1998 tot heden. Voor de presentatie in het Cobra Museum ontwikkelde hij een nieuwe installatie met de titel: Cinema.
Rob Voerman heeft de laatste tien jaar een uitgebreid oeuvre van installaties en grafisch werk opgebouwd. Hij creëert diverse vormen van fictieve architectuur, waarin de romantiek van het zelf bouwen staat tegenover destructie, terreur, bedreiging. Zijn samenlevingen zijn gebouwd van de resten van een dystopie. Rob Voerman krijgt voor zijn werk ook in het buitenland veel erkenning. In de afgelopen jaren had hij exposities in onder andere Londen, Wenen en Berlijn. Zijn werk is opgenomen in meerdere collecties; het MoMA kocht bijvoorbeeld recent werk van hem aan, evenals de Generali Foundation en Deutsche Bank.
In de expositie zijn verschillende kleinere en grote installaties opgenomen, daterend van 2001 tot heden. Tevens worden vele grafische werken en aquarellen getoond en zijn er aparte filmruimtes. In één is een registratie te zien van een beeld dat enige tijd in het centrum van Londen heeft gestaan. Drie grote installaties binnen de tentoonstelling zijn toegankelijk voor het publiek.
Cinema
Speciaal voor de tentoonstelling ontwierp Voerman een grote nieuwe installatie; een witte formele constructie, die qua structuur doet denken aan een villa. In, en deels door de constructie heen, is een schijnbaar ge&iumkl;mproviseerde behuizing gebouwd van hout, karton en magenta gekleurd glas. De behuizing bestaat uit een entree en gaat zijdelings over in twee uitbouwsels. Rechtdoorlopend vanaf de entree komt men in een kleine filmzaal, waarin een film wordt geprojecteerd. De film toont een houten constructie die op een natuurlijke wijze doorloopt in de filmzaal zelf, daardoor lijkt het alsof men fysiek in een tunnelingang kijkt. Er ontstaat in de installatie een duidelijk contrast tussen de filmzaal en de overige ruimtes. Cinema doet enigszins denken aan daklozenbehuizingen, maar de filmzaal is vooral uiterst dreigend en duister. Door het rode glas roepen de andere ruimtes juist associaties op met een lounge of kerk. Comfort en geborgenheid, dreiging en verontrusting gaan in deze installatie een fascinerende symbiose met elkaar aan.
Rob Voerman (1966, Deventer)
Rob Voermans architectonische constructies zijn opgebouwd uit organische ‘rafelige’ materialen: karton, sloophout, gevonden voorwerpen etc. Zijn aquarellen, het grafische werk en de installaties tonen een fictieve architectuur die gesitueerd is in afgelegen of stedelijke gebieden. De architectuur geeft een sterk gevoel van vervreemding dat opgeroepen wordt door de associaties met onze huidige leefomgeving. De gebieden worden na een catastrofe opnieuw geannexeerd door de constructies. De materialen zijn op bricollageachtige wijze verwerkt tot modellen, die zowel een utopische als een sinistere verschijning hebben. Romantiek gaat gepaard met decoratie en wordt gecombineerd met de duistere eigenschappen van terreur en verzet.
Voermans architectuur is onmogelijk en niet-functioneel. De hybride structuren zijn opgebouwd uit ontoereikende, vergankelijke en poreuze materialen. Verval en corrosie tasten als een virus de fundamenten aan. Wat overblijft zijn ruïnes van de moderniteit. Daar waar architectuur een ruimte bepaalt en begrensd, maken de modellen van Voerman deel uit van een onbestemde ruimte die geen houvast biedt. Zijn stedelijke landschappen en industriële schetsen dragen sporen van de geschiedenis van de mensheid, - zoals de filosoof Italo Calvino spreekt van niet eerdere betreden plaatsen die refereren aan een verloren gewaand verleden.
In de postapocalyptische wereld van Rob Voerman waren tegenstellingen rond: archaïsch versus futuristisch, romantiek versus angst, natuur versus technologie, utopie versus dystopie, ordening versus chaos. Enerzijds roepen de koepelachtige en langgerekte vormen associaties op met eeuwenoude schuilplaatsen en toevluchtsoorden zoals de grot, de hut en de kerk. Anderzijds refereren de architectonische beelden aan buitenaardse en technologisch hoogwaardige complexe vormen van leven. In deze onbestemde ruimten zoekt de mens beschutting en geborgenheid. De titel van de expositie refereert aan dit spectrum.
Het werk van Rob Voerman heeft niet alleen een duistere kant. Het duidt ook op een andere benadering van onze leefomgeving, waarin mensen geneigd zijn elkaar te versterken en aan te spreken op bijvoorbeeld improvisatie en innovatie. Daarin past de maatschappelijke discussie over investeringen in nieuwe energiebronnen en cradle-to-cradle.
Daar waar Constant Nieuwenhuys in de jaren vijftig en zestig invulling gaf aan zijn Nieuw Babylonproject als een haalbare utopie; creëert Voerman informele en geïmproviseerde architectuur, die deels voortkomt vanuit zijn kritiek op de bestaande culturele, maatschappelijke en financi?le systemen.
De realiteit van vandaag toont de keerzijden van urbanisering en van een onwankelbaar geloof in vooruitgang door technologie. De dilemma's van de fictieve samenleving die Voerman op zijn eigenzinnige wijze uitwerkt zijn dan ook zeer actueel.
Boekuitgave
Eind januari verschijnt het kunstenaarsboek: Rob Voerman, Aftermath. Installations, Sculptures, Works on paper�f. De uitgave biedt vele aanknopingspunten en perspectieven om het werk te exploreren.
Auteurs: Sabine Folie, directeur Generali Foundation, Wenen, kunsthistoricus en auteur van talloze monografie?n en artikelen; David van der Leer, kunst- architectuurhistoricus, assistent-curator architectuur Guggenheim Museum New York, onderzoekt Voermans werk vanuit architectonische vragen; Tim Nolet, kunsthistoricus, Universiteit van Amsterdam, legt relaties tussen Voermans werk en ontwikkelingen op het vlak van technologie en filosofie.
De uitgave wordt ondersteund door Fonds BKVB, i.s.m. Upstream Gallery. (www.valiz.nl ISBN 978-90-78088-40-0, Nl en Eng. talig).
PERSBERICHT, Amstelveen, 6 januari 2010
top
Nina Fischer & Maroan el Sani
‘Spelling Dystopia’
30.01 2010 - 25.04 2010
Nina Fischer en Maroan el Sani tonen vanaf 30 januari in het Cobra Museum voor Moderne Kunst hun film ‘Spelling Dystopia’ uit 2009, een intrigerende project dat eerder in Berlijn te zien was.
Nina Fischer en Maroan el Sani zijn gefascineerd door kenmerken van voorbije glorie, zoals voormalige centra van politieke cultuur, avant-garde kunst en sociale ontwikkelingen. Met hun werk willen ze deze blinde vlekken terug in het hedendaagse bewustzijn brengen. De plekken zijn ontdaan van de utopie van destijds, hebben vaak nog niet geheel afgedaan maar bevinden zich in een fase van herdefiniëring.
In hun nieuwe film ‘Spelling Dystopia’ staat het Japanse eiland Hashima centraal. Deze kunstmatige geheel uit beton opgetrokken plek kent een roerige geschiedenis. Tot 1974 was het een belangrijke locatie voor de Japanse kolenmijnbouw. Tijdens WO II diende het eiland als werkkamp voor oorlogsgevangenen uit Korea en China. In de jaren zestig was het kleine eiland van 160 x 450 meter een van de meest dichtbevolkte plaatsen ter wereld.
Op het hoogtepunt werd Hashima bewoond door meer dan 5.000 mensen die werkten in de kolenmijn van Mitsubishi. Sinds 1974 is het eiland verlaten; de betonnen architectuur is overgeleverd aan erosie. In 2000 werd er de science fiction film ‘Battle Royal’ opgenomen. De jongere generatie kent Hashima alleen als een onbewoond spookeiland uit films, manga's en video games.
Fischer en El Sani zijn geïnteresseerd in de overdracht van collectieve herinneringen. In ‘Spelling Dystopia’ worden de herinneringen van een voormalige bewoner van het eiland gecombineerd met verhalen van studenten die fragmenten aanhalen uit de science fiction film ‘Battle Royale’. Het eiland is het denkbeeldige decor voor hun games waarin realiteit en fictie door elkaar lopen.
Nina Fischer (1965, Emden) en Maroan el Sani (1966, Duisberg) werken sinds 1993 samen. Ze wonen en werken in Berlijn en Sapporo (Japan).
Nina Fischer & Maroan el Sani
Spelling Dystopia, HD, 16:9, 2 channel video installation, stereo, 17:16 min.
Production Still, 2009
Courtesy the artists and Galerie EIGEN + ART, Leipzig/Berlin
Noot voor de pers:
Voor nadere informatie over ‘Spelling Dystopia’ en beeldmateriaal kunt u contact opnemen met: Lieke Fijen, , tel. 020 5475038.
Op verzoek ontvangt u een instructie waarmee afbeeldingen van kunstwerken direct kunnen worden gedownload van de beeldserver.
Zie eveneens: www.fisherelsani.net / www.eigen-art.com
PERSBERICHT, Amstelveen, 13 november 2009
top
Piet Ouborg. Solist
Zicht op een eigenzinnig oeuvre
12.12 2009 - 14.03 2010
Het Cobra Museum brengt hoogtepunten uit het eigenzinnige oeuvre van een voorloper en vernieuwer van de Nederlandse kunst. Piet Ouborg was in Nederland zijn tijd ver vooruit; hij gaf de beeldende kunst een radicaal ander gezicht.
De omvangrijke expositie omvat een selectie van topstukken: tekeningen, gouaches en schilderijen uit alle perioden, met de nadruk op het latere werk. De werken tonen hoe Ouborg - zijn eigen kompas volgend - zichzelf als kunstenaar ontwikkelt: van de eerste surrealistische figuraties uit de jaren dertig naar de visionaire abstracte schilderstijl die tussen 1947 en 1950 tot een doorbraak leidt. Hij loopt daarmee zelfs vooruit op de schilderkunst die de Cobrakunstenaars zich dan nog eigen moeten maken.
Opvallend is dat voor het werk van Piet Ouborg toenemende belangstelling bestaat, ook vanuit het buitenland. In het licht van deze nieuwe eeuw wordt voor het eerst na lange tijd teruggeblikt op de nalatenschap van een van Nederlands belangrijkste moderne kunstenaars. De laatste aan Ouborg gewijde museumtentoonstelling vond ruim zeven jaar geleden plaats.
De expositie brengt een exclusieve selectie van circa honderd topstukken, zorgvuldig gekozen uit vele collecties, waaronder uit de nalatenschap van de kunstenaar. Uitzonderlijk is dat deze tentoonstelling - en in het bijzonder de bijbehorende uitgebreide publicatie - bijdragen aan onze kennis over de kunstenaar, met een tot nu toe niet eerder belichte inspiratiebron van wetenschappelijke aard.
Piet Ouborg (Dordrecht, 1893 - Den Haag, 1956)
Ouborg vertrekt in 1916 op 23-jarige leeftijd naar Nederlands-Indië en geeft daar tekenlessen. Als hij 30 jaar is keert hij voor één jaar terug naar Nederland en ziet daar de Franse modernen. Hij verdiept zijn didactische tekenvaardigheden en keert terug naar Nederlands-Indië. In 1932 heeft hij zijn eerste tentoonstelling in Nederland. In 1938, Ouborg is dan 45 jaar, keert hij definitief met zijn gezin terug naar Nederland.
De jaren dertig
De Nederlandse musea tonen in het interbellum nog weinig moderne kunst. Van het beperkt aantal surrealistisch werkende kunstenaars in Nederland is Ouborg niet op de hoogte, als hij tussen 1930 en 1932 een aantal abstracte droombeelden schildert, gevolgd door fantasierijke tekeningen van mens- en dierachtigen, expressief geschilderde explosies en verstilde landschappen. Werk dat nu surrealistisch wordt genoemd. De reeks droombeelden ontstaat grotendeels op Java, ver verwijdert van het bruisende Parijs, waar het surrealisme hoogtij viert. Ouborg houdt zichzelf via Franse tijdschriften op de hoogte. Daarin ziet hij werk van Breton, Ernst, Miró, Tanguy, Picasso en De Chirico. Stilistisch vertonen zijn werken en dat van verschillende surrealisten parallellen. De ovalen in Ouborgs droombeelden hebben eenzelfde lading als de navels in het werk van Arp; de geest van Tanguys vervreemdende landschappen met de kenmerkende surrealistische sfeer van erotiek en verval waait door Ouborgs landschappen; explosies verwijzen naar de dreigende oorlogsstemming in sommige werken van Ernst. Beide richtingen van het surrealisme, de abstracte en figuratieve variant, zijn in Ouborgs werk aanwezig.
Ouborg bevond zich midden in de rijke Indische cultuur, die voor de Parijse kunstenaars alleen via etnografica beschikbaar was. Het besef dat de maskers en wajangpoppen doorgeefluik waren naar het onbewuste groeide. Het onderzoek naar het onbewuste of surreële ging bij hem als vanzelf; hij had visioenen en koortsachtige dromen en was ontvankelijk voor magie en spiritualiteit. Al vroeg verzamelde Ouborg maskers en spontane kindertekeningen. Dat alles maakte dat Ouborgs surrealisme zich op een natuurlijke manier ontwikkelde. Hij was daarmee in Nederland toen zijn tijd ver vooruit.
De jaren veertig en vijftig
Piet Ouborg ontwikkelde zijn belangstelling niet binnen een groep van gelijkgestemden, maar vond inspiratie in de wereld waarin hij leefde. Die beschrijft hij als een oneindige stroom van beelden en tekens. Hij meed modieuze stijlconventies. Opmerkelijk in die zin is de manier waarop hij zijn vooroorlogse experimenten in de abstractie weer opneemt na zijn terugkeer in Nederland, in 1938, gelijktijdig met de inhaalslag waarmee de musea de moderne kunst bekend maakten.
Ouborgs spiritualiteit is geworteld in het universele gegeven van een oerbron van levensexpressie. De uitingen die daaruit voortkomen - van primitieve culturen, kinderen en ‘onaangepasten’ - herkennen de jonge Cobrakunstenaars als zij het werk van Piet Ouborg zien. Anton Rooskens en Theo Wolvecamp zien in 1947 een radicaal andere schilderkunst, die de Hollandse Experimentelen zich dan nog eigen moeten maken. Tussen 1947 en 1950 leidt de zoektocht van Ouborg naar nieuwe uitdrukkings-mogelijkheden tot een doorbraak. Hij ontwikkelt een visionaire abstracte schilderstijl, waarin de experimenten uit de voorgaande jaren worden samengebald tot een krachtige en kleurrijke beeldtaal.
De opwinding die in 1950 ontstaat, als aan Ouborg de Jacob Marisprijs wordt toegekend, voor zijn ingezonden tekening ‘Vader en Zoon’ wordt altijd gememoreerd omdat de affaire een moment in de Nederlandse kunstgeschiedenis markeert: de alom heersende onwetendheid over eigentijdse en moderne kunst. Onwetendheid over abstracte kunst die met gekte en oplichterij geassocieerd werden. Het voorval is vergelijkbaar met de verbeten reacties op de kunst van de Cobrakunstenaars. De museumdirecteuren die in de jaren vijftig de moderne kunst brachten en de critici die daarover schreven, waren de eersten die oog hadden voor de kwaliteit van Ouborg. De waardering kwam niet alleen tot uiting door de toekenning van de prijs, maar ook door Ouborgs internationale erkenning.
Nieuw inzicht
Het werk van Ouborg wordt vrijwel altijd aangeduid vanuit het gevoel. De hang naar ‘het hogere’, het contact met het onbewuste, de oerkracht van het primitieve. Ouborg bleek hiernaast niet ongevoelig voor de rationele geest. In zijn nalatenschap zijn bladen gevonden uit het Lehrbuch der allgemeinen pathologische Anatomie. Ouborg heeft in de illustraties met microscopische beelden zitten tekenen. Met een pennetje volgt hij de lijntjes in het aangetaste organische weefsel. Hij maakt vertakkingen, voegt tentakels toe en legt verbindingen. Het is zinvol om bij het beschouwen van zijn naoorlogse werk ook zijn heimelijke ontmoeting met de wetenschap mee te nemen.
Boekuitgave
Bij de tentoonstelling verschijnt een rijk geïllustreerde publicatie van Waanders Uitgevers en het Cobra Museum voor Moderne Kunst met uitvoerige toelichtende teksten van kunsthistorici: Véronique Baar, Katja Weitering, conservator van het Cobra Museum, Annelies Haase en Bert Jansen.
Isbn 9789040086335.
Hoofdsponsor van de tentoonstelling
Noot voor de pers:
Voor nadere informatie en beeldmateriaal kunt u contact opnemen met: Lieke Fijen, l.fijen@cobra-museum.nl, tel. 020 5475038. Op verzoek ontvangt u een instructie waarmee afbeeldingen van kunstwerken direct kunnen worden gedownload van de beeldserver.
Cobra Museum voor Moderne Kunst / Sandbergplein 1 1181 ZX Amstelveen / Tel. 020 5475050 / open di t/m zo 11 - 17 uur / Afspraken voor rondleidingen via 020 5475031
PERSBERICHT, Amstelveen, 24 juni 2009
topCobra Museum koopt 'Napoleon' van Heerup
Vanmiddag heeft het Cobra Museum voor Moderne Kunst een bijzondere aankoop voor haar collectie kunnen realiseren. Tijdens een veiling in Denemarken werd het beeld 'Napoleon' aangekocht van de Deense Cobrakunstenaar Henry Heerup. Het Cobra Museum is erg blij met deze nieuwe aanwinst. Het unieke beeld kon worden aangeschaft met de steun van de BankGiro Loterij.
Henry Heerup maakte het stenen beeld 'Napoleon' in 1944 en stelde het samen uit 4 delen graniet en kalksteen. De sculptuur is 56 cm hoog. Met dit beeld meegeteld bezit het museum in totaal vijf werken van de Deense volkskunstenaar: 3 schilderijen, 2 assemblages en 3 granieten beelden.
De nieuwe aanwinst wordt eind juli in het museum verwacht en wordt dan tentoongesteld in de zomerexpositie 'Cobra Family'.
Henry Heerup (Kopenhagen 1907 â€? Vanløse DK 1993)
Henry Heerup was de oudste van de kunstenaars van de Deense kunstenaarsgroepen Linien en Høst, die aan Cobra zouden deelnemen. Al in de jaren dertig maakte hij, behalve granieten beelden en hilarische assemblages van afvalmaterialen, waarbij Dada en surrealisme van invloed waren. Via Asger Jorn en Carl-Henning Pedersen kwam hij in contact met de Helhesten groep en vervolgens met Cobra. Zijn werk kreeg ruime aandacht op de Cobratentoonstellingen in Amsterdam in 1949 en in Luik in 1951. Hij trok zich niets aan van alle oproer rond Cobra en concentreerde zich volledig op zijn eigen werk. Van alle Cobrakunstenaars had Heerup de nauwste verbinding met de volkskunst. Hij schiep spontaan, los van academische regels een fantasiewereld met motieven als geboorte, liefde, dood en vruchtbaarheid en mythische figuren die aansluiten bij de kunst van primitieve volkeren en bij de kindertekening. Zijn oeuvre kenmerkt zich door een perfect gevoel voor de expressieve kwaliteit van materialen. Vooral zijn stenen en granieten beelden hebben een zijdeachtige uitstraling. Steen was voor hem het 'hardgekookte ei van de natuur'. Zoals Michelanglo werkte in marmer, zo bevrijdde hij het beeld dat in de steen verscholen lag. Zijn werk was in 1936, 1962 en 1972 te zien op de Biënnale van Venetië en werd vele malen geëxposeerd. In Rødovre in Denemarken is aan zijn oeuvre een museum gewijd.
Noot voor de redactie:
Informatie en digitaal beeldmateriaal is verkrijgbaar via Lieke Fijen, public relations Cobra Museum, tel. 020 5475038 en
De BankGiro Loterij is dé cultuurloterij van Nederland. In 2008 ontvingen meer dan 50 culturele instellingen in totaal 58 miljoen euro van deze loterij.
Het Cobra Museum ontvangt hiervan jaarlijks 200.000 euro voor het doen van aankopen en voor het behoud en beheer van de vaste collectie. Sinds 2000 heeft het Cobra Museum een totale bijdrage ontvangen van 4.374.450 euro.
Jeroen Branderhorst
BankGiro Loterij
Van Eeghenstraat 70
1071 GK Amsterdam
Tel. 0031 (0)20 - 573 75 99
Fax 0031 (0)20 - 573 74 80
Mob 06 - 49 500 867
www.bankgiroloterij.nl
