Noot voor de pers
Nadere informatie over tentoonstellingen en activiteiten, alsmede een instructie voor het downloaden van digitale afbeeldingen is opvraagbaar bij Lieke Fijen, tel. 020 5475038 / 06 11432399 en
PERSBERICHT, Amstelveen, 8 juli 2010
Cobra Museum benoemt nieuwe directie
Het stichtingsbestuur van het Cobra Museum heeft zich in de afgelopen maanden beraden op de invulling van de directiefunctie, die sinds november vorig jaar ontstond door het overlijden van de voormalige directeur. Het bestuur heeft een zeer uitvoerige interne en externe selectieprocedure uitgevoerd die heeft geleid tot de aanstelling van een tweehoofdige directie.
De beide directieleden zullen per 1 augustus 2010 de leiding van het Cobra Museum op zich nemen. Kunsthistorica Katja Weitering is sinds december 2004 in dienst van het museum, laatstelijk als senior conservator; Els Ottenhof sinds april 1999 als hoofd algemene zaken en sinds 1 december 2008 als adjunct directeur. Beiden hebben in het afgelopen jaar de directiefunctie ad interim waargenomen.
Het bestuur van de museumstichting meent dat na de zorgvuldig gevoerde procedure met deze interne benoemingen een goede invulling van de directietaken is gewaarborgd en daarmee een voortzetting van het museumbeleid zoals dat in de afgelopen jaren gestalte heeft gekregen.
De keuze voor de opsplitsing in twee gelijkwaardige directiefuncties benadrukt dat het Cobra Museum aan de artistieke en de zakelijke afwegingen een evenredig belang toekent bij het nastreven van haar primaire doelstelling. Het bestuur is bijzonder gelukkig met het feit dat na de selectie is gebleken dat de kwaliteit van de interne kandidaten opwoog tegen die van de externe sollicitaties en dientengevolge de beslissing de vacature met interne kandidaten te bezetten.
De beslissing over de benoemingen valt samen met de aankondiging van een grote Paul Klee tentoonstelling, die op drie internationale locaties in Europa in 2011/2012 zal plaatsvinden. De door de nieuwe directie samen met het Paul Klee Zentrum in Bern en Museum Louisiana in Humlebaek geëntameerde tentoonstelling heeft gisteren een eerste donatie van € 75.000 mogen ontvangen van de Turing Foundation.
top
PERSBERICHT, Amstelveenm, 20 juli 2010
Deelnemers Triënnale Amstelveen 2010 bekend
Aan de Triënnale Amstelveen 2010 zal worden deelgenomen door 19 beeldend kunstenaars, die elk met een kunstwerk in de Triënnale tentoonstelling in het Cobra Museum worden opgenomen. De deelnemers werden onlangs door de jury geselecteerd uit 59 inzendingen. De Triënnale tentoonstelling zal plaatsvinden van 13 november tot en met 5 december. In de jury hadden namens het Cobra Museum Els Ottenhof, directeur, en Els Drummen, conservator, zitting en als externe deskundige Michèlle Elburg.
De deelnemende kunstenaars zijn:
Sharon van den Berg, Nicole van Buuren, Isabelle Duval, Hans Fransen, Noor Geurts, M.S. Hoekstra, Jeltje van Houten, Ma Hui, Stef Kreymborg, Marijke van Oostrum, Stephanie Rhode, Norman Roemer, Ellen Roos, Kees Streefkerk, Jan Verschoor, Annette van Waaijen, Heidi Wallheimer, Hilly Immink-van der Weele, Corry Zwart.
Aemstelle Prijs
Om de drie jaar vindt er in samenwerking met de gemeente Amstelveen in het Cobra Museum voor Moderne Kunst een tentoonstelling plaats met werk van Amstelveense beeldend kunstenaars. Zij sturen een bestaand of nieuw werk in naar aanleiding van een prijsvraagthema. Aan het einde van de tentoonstelling wordt aan de winnende kunstenaar de ‘Aemstelle Prijs’ uitgereikt, een geldbedrag van 3.500 euro.
Het bezoekend publiek treedt op als jury en wijst de winnaar van de Aemstelle Prijs aan. Iedere bezoeker kan de kunstenaar van zijn of haar voorkeur tijdens de tentoonstelling kenbaar maken. Op zaterdag 4 december om 15.00 uur zal de Amstelveense wethouder van Cultuur, John Levie, de winnaar bekendmaken en de prijs uitreiken.
Pen en kwast
De Triënnale Amstelveen heeft telkens een ander prijsvraagthema. Deze Triënnale staat in het teken van twee disciplines: woord en beeld. Pen en kwast zijn in de kunst sterk met elkaar verbonden. De Amstelveense kunstenaars konden voor hun inzending kiezen uit een gedicht van Lucebert, Gerrit Kouwenaar en Jan Elburg. Van de 19 kunstenaars lieten 6 zich inspireren door een gedicht van Lucebert (‘De vermoeide minnaars zijn machines’), 8 door Kouwenaar (‘De taal behoort aan de vogels’) en 5 door Elburg (‘Niets van dat alles’). De werken zijn gemaakt in diverse disciplines: installaties, schilderijen, beelden, foto’s, wandobjecten en film. In de expositie wordt een loungehoek opgenomen waar bezoekers meer gedichten van ‘de Vijftigers’ kunnen lezen en beluisteren. Naast de drie genoemde dichters, maakten onder meer ook Remco Campert, Hugo Claus, Sybren Polet, Bert Schierbeek en Simon Vinkenoog deel uit van ‘de Vijftigers’. Zij verzetten zich met woord tegen de kunstopvattingen van hun voorgangers.
top
PERSBERICHT
Erik Klein Wolterink winnaar Bouw in Beeldprijs 2010
Fotograaf Erik Klein Wolterink is uitgeroepen tot winnaar van de Bouw in Beeld prijs 2010. Dit werd zojuist tijdens de opening van de tentoonstelling 'Bouw in Beeldprijs 2010: Back Home in het Cobra Museum te Amstelveen bekend gemaakt. Hij won hiermee een geldbedrag van 10.000 Euro. De fotografe Diana Scherer (Lauingen, Duitsland, 1972) kreeg de tweede prijs, een geldbedrag van 2.000 Euro.
Klein Wolterink (Doetinchem 1965) werd verkozen boven negen andere veelbelovende genomineerde fotografen. Zijn serie foto's met de titel 'Terug Thuus' werd door de jury gekwalificeerd als "meer dan de vertaling in streekdialect van het thema. Met treffende beelden wordt hier creatief de kern van het thema geraakt. Goeie beelden, interessant gegroepeerd in een duidelijke, overzichtelijke presentatie. Een keuken die door de jaren heen ‘Thuus’ onveranderlijk bleef." De jury werd voorgezeten door architect Mels Crouwel, en bestond verder uit Ludger Derenthal, directeur Museum für Fotografie te Berlijn, Viviane Sassen, fotograaf en Francis Hodgson, recensent Financial Times en oud-Hoofd Fotografie Sotheby's Londen en fotograaf Paul Kooiker.
Voor de Bouw in Beeldprijs ging Erik letterlijk terug naar huis, Back Home. Althans, naar zijn ouderlijk huis diep in de Achterhoek. Zijn ouders hebben dit huis inmiddels verkocht aan mensen ‘uut 't west'n’ die er een B&B van hebben gemaakt. Erik heeft met materiaal uit archieven, foto's van oude en huidige bewoners en nieuw te maken foto's de geschiedenis van zijn ouderlijk huis vastgelegd.

‘terug thuus’, Bouw in Beeldprijs 2010, Erik Klein Wolterink
Over het werk van Diana zei de jury: "‘Transfer’ als serie introspectieve (jeugd)portretten is een uitstekend projectmatige invulling van het thema. Creatief, onderscheidend en zeer verzorgd. Heel goed gedaan. Door de kleurige ‘girly’ uitstraling vergeet je bijna de donkere kant van waaruit het is ontstaan." De serie van Diana is buitengewoon persoonlijk. Ze is op zoek gegaan naar het meisje, het prinsesje, dat ze graag had willen zijn. Een jeugd die anders liep dan ze graag had gewild, en een zeer moeizame relatie met haar moeder, heeft haar fascinatie voor echte meisjesdingen aangewakkerd. Als ze in gedachten terug naar huis gaat, Back Home, dan stelt ze zich steeds dezelfde vraag: Hoe had het wel gemoeten?
De tentoonstelling in het Cobra Museum voor Moderne Kunst is voor het publiek toegankelijk van 22 juni tot en met 1 augustus tijdens reguliere openingstijden van het museum (di t/m zo van 11 - 17 uur).
Beeld van alle genomineerden kunt u downloaden op
http://www.bouwinbeeldprijs.nl/Beelden2010.zip
De Bouw in Beeld Prijs is een initiatief van bouwbedrijf Ballast Nedam. Onderdak, beschutting, bescherming zijn primaire levensbehoeften. Als een van de grootste bouwconcerns van Nederland vindt Ballast Nedam het belangrijk om dat op een indringende, inspirerende en vooral creatieve manier binnen de maatschappij in herinnering te houden. In 2007 besloot Ballast Nedam daartoe een fotografieprijs in het leven te roepen. De prijs, die dit jaar voor de vierde keer wordt uitgereikt, bestaat uit een geldbedrag van 10.000 Euro. De prijs gaat elk jaar naar een fotograaf die in de ogen van de jury het thema voor dat jaar het beste heeft vertaald. Inmiddels behoort de Bouw in Beeld Prijs tot één van de meest betekenisvolle fotografieprijzen in Nederland.
top
PERSBERICHT, Amstelveen, 10 mei 2010
Maskerade
Cobra’s spel met het masker
12.06 - 10.10 2010
Van 12 juni tot en met 10 oktober 2010 vindt in het Cobra Museum de tentoonstelling ‘Maskerade. Cobra's spel met het masker’ plaats. Een inspirerende en veelzijdige zomertentoonstelling over de relatie tussen Cobra en het masker: het masker als symbool voor vrije en spontane kunst. Bij de tentoonstelling is een leuk en uitdagend kinderprogramma ontwikkeld: ‘Expeditie Cobra’.
De tentoonstelling toont werken van Cobra naast primitieve maskers. De kunstwerken zijn van Ejler Bille, Eugène Brands, Corneille, Sonja Ferlov, Egill Jacobsen, Robert Jacobsen, Asger Jorn, Carl-Henning Pedersen, Anton Rooskens, Theo Wolvecamp en de aan Cobra verwante kunstenaar Piet Ouborg. Ook wordt bijzondere etnografica getoond: Afrikaanse maskers afkomstig uit een Deense Koninklijke verzameling, uit twee toonaangevende museumcollecties en uit de privéverzamelingen van Brands, Corneille, Jan Nieuwenhuijs, Ouborg en Rooskens. Eveneens zijn werken in bruikleen afgestaan door Deense en Nederlandse verzamelaars. In totaal zijn er zo'n 80 werken te zien.
‘Maskerade’ is een veelzijdige zomertentoonstelling: door de samenstelling, de leuke activiteiten voor kinderen en in z'n vorm. Er worden kunstwerken van Cobra getoond, voornamelijk uit de periode 1935 tot en met de eindjaren vijftig, met het masker als thema: schilderijen, werken op papier, sculpturen en - heel uniek - twee door Eugène Brands in de eindjaren veertig gemaakte experimentele maskers. Eén zo'n experimenteel masker is afkomstig uit de collectie van het Cobra Museum. Het andere kwam onlangs onverwacht tevoorschijn en wordt geleend. Maar ook door de opgenomen etnografica, waaronder maskers uit de privézameling van Zijne Koninklijke Hoogheid Prinsgemaal Henrik van Denemarken, Afrikaanse maskers uit het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika uit het Belgische Tervuren en enkele bijzondere objecten uit de collectie van het Tropenmuseum Amsterdam is ‘Maskerade’ een tentoonstelling met meerdere gezichten.
Cobra en het masker
In de tentoonstelling wordt de uitzonderlijke connectie tussen Cobra en het masker aan de orde gesteld. Er is aandacht voor het ontstaan en de toepassing van een maskerbeeldtaal binnen de Deense moderne kunst in de jaren dertig en veertig, voor het specifieke gebruik van het masker als symbool, motief en uitdrukkingsvorm binnen de Nederlandse tak van Cobra en de verwante kunstenaar Piet Ouborg, alsmede voor de Cobrakunstenaar als verzamelaar van etnografische maskers.
De Deense kunstenaar Egill Jacobsen legde al medio jaren dertig in zijn werk de link met het masker. Zijn schreeuwende of lachende maskers, met hun felle kleuren, waren een eerste krachtig Deens antwoord op het werk van bewonderde meesters, zoals Klee, Miró, Ernst. In de winter van 1934 op 1935 raakte Egill Jacobsen tijdens een reis naar Parijs sterk geïnspireerd door Picasso. Daarna begon hij aan zijn barbaarse maskers, spontane uit de fantasie geboren wezens. De maskerschilderingen leidden overigens in 1938 tot het doek Obhobning (Opeenstapeling), een abstract expressionistisch werk met grote inspirerende kracht voor zijn groepsgenoten. Bij Picasso en tijdgenoten was het masker een middel om de werkelijkheid te deconstrueren; het primitieve als bevestiging van het moderne. Sinds Jacobsen zijn spontane werkwijze vond, wekte hij in zijn schilderijen een oude barbaarse Deense folkloristische wereld tot leven. Hij toont de maskers van het carnavalsfeest en de dans rond de kleurig getooide kerstboom - nog steeds een oud gebruik in Denemarken vol heidense primitiviteit en verbondenheid met de mythologische natuurbeleving. Het masker als drager van alle mogelijke ervaringen en uitdrukkingen, als symbool om zelf mythes te creëren. Zijn maskerwerken maakten grote indruk op zijn medeleden van de Deense Linien-groep, waaronder Asger Jorn, Ejler Bille, Sonja Ferlov, Carl-Henning Pedersen en Robert Jacobsen, die het masker op hun manier betekenis geven en verwerken.
Rond 1948 maakten de Nederlandse experimentele kunstenaars kennis met de Deense avant-garde. Zij vonden hierin een bevestiging van hun eigen zoektocht naar een nieuwe, spontane kunst. Het waren met name Anton Rooskens, Corneille en Eugène Brands die zich in hun werk op Afrika en uitheemse culturen richtten. Anton Rooskens is een voorloper; hij schildert in 1945 het baanbrekende schilderij Les gens du soleil. En Karel Appel maakt eind 1947 primitief werk, ‘krachtiger dan Negerkunst en Picasso’. Het gebruik van het masker als symbool, motief en uitdrukkingsvorm moet in het werk van de Nederlandse Cobra gezien worden binnen de context van de karakteristieke beeldtaal met fantasiewezens.
Rond 1948 maakten de Nederlandse experimentele kunstenaars kennis met de Deense avant-garde. Zij vonden hierin een bevestiging van hun eigen zoektocht naar een nieuwe, spontane kunst. Het waren met name Anton Rooskens, Corneille en Eugène Brands die zich in hun werk op Afrika en uitheemse culturen richtten. Anton Rooskens is een voorloper; hij schildert in 1945 het baanbrekende schilderij Les gens du soleil. En Karel Appel maakt eind 1947 primitief werk, ‘krachtiger dan Negerkunst en Picasso’. Het gebruik van het masker als symbool, motief en uitdrukkingsvorm moet in het werk van de Nederlandse Cobra gezien worden binnen de context van de karakteristieke beeldtaal met fantasiewezens.
Voor de Belgische tak van Cobra hadden het primitieve, de prehistorie en volkskunst minder betekenis. De Deense en Nederlandse experimentelen zien het masker als een universele uitdrukkingsvorm, een middel om de fantasie de vrije loop te laten.
‘Expeditie Cobra’
Het masker spreekt van oudsher tot onze verbeelding. ‘Maskerade’ is daardoor van nature leuk en uitdagend voor kinderen. Kinderen kunnen in de tentoonstelling allerlei opdrachten uitvoeren met de ‘Expeditie Cobra’ plattegrond en via hyves. Verder zijn er o.a. inloopactiviteiten op de zaterdagen en door kunstenaars begeleide workshops op de zondagen. ‘Expeditie Cobra’ zie: www.cobra-museum.nl en www.hyves.cobra-museum.nl.
Supporter van ‘Expeditie Cobra’

Persona
Het masker is op vele manieren verbonden met de geschiedenis en tradities van mensen en heeft diepere betekenissen. Ons woord ‘persoon’ is afgeleid van het Latijnse woord ‘Persona’, dat masker betekent en betrekking heeft op de essentie van iemands persoonlijkheid, identiteit. Bij velerlei gelegenheden spelen maskers een rol: bij feesten, in het theater, bij gebruiken in de diverse culturen. Maskers geven bescherming; ze worden gedragen door superhelden. In de moderne kunst werd het masker opgepakt door Picasso en James Ensor. Bij de tentoonstelling is een lespakket beschikbaar voor basisscholen.
‘Maskerade. Cobra's spel met het masker’ wordt ondersteund door: Dong Energy / Tennet / Energinet
top
PERSBERICHT, Amstelveen, 19 mei 2010
Guillaume Le Roy - Grafiek
12.06 - 10.10.2010
Met ingang van 12 juni toont het Cobra Museum voor Moderne Kunst een selectie werken uit het brede en omvangrijke oeuvre van de belangrijke Nederlandse graficus Guillaume Le Roy (Blaricum 1938 - Amsterdam 2008). Er worden ongeveer 40 werken getoond, voornamelijk houtsneden waaronder de portfolio ‘Xanthias’, opgedragen aan zijn schrijvende huisarts. De tentoongestelde werken zijn uit de jaren 1980 - 2007. De werken zijn allen afkomstig uit de collectie Le Roy. Bijzonder in de tentoonstelling is een aantal zelden getoonde geschilderde voorstudies voor zijn grafische werk.
In de bijna vijftig jaar die Guillaume Le Roy als graficus actief was heeft hij zich voornamelijk beperkt tot de houtsnede en de ets. "Ik ets als ik dingen wil maken die in houtsnede niet kunnen, en omgekeerd. Ik moet kunnen krassen en bijten. Ik snij uit hout en ik bijt uit zink. Een graficus werkt nu eenmaal anders dan een schilder. De schilder (en de lithograaf) voegen iets toe: de verf. De etser en houtsnijder halen weg. Het weghalen is voor mij interessanter dan het aanbrengen." Le Roy was deze technieken zozeer meester dat hij er alles aan ondergeschikt maakte: de grafische kunst van de houtsnede bracht hij terug tot een oorspronkelijke verschijningsvorm. Het expressiemiddel voor de verwerking van zijn beleving vond hij in verweerde planken en in de basale structuur van triplex.
Zijn houtsneden herinneren aan de kras in een plank, de oerdrang om daar tekens van leven in te willen griffen. Alles wat in de loop van de tijd aan de techniek is toegevoegd heeft hij uitgebannen om uiteindelijk het zwart, de gebroken lijn en het wit als essentiële elementen te behouden. Tegen kleur groeide zijn achterdocht: "Goed zwart-wit is het meest kleurrijke dat er is, dat is het paradoxale." Zijn werkwijze was intuïtief, direct en expressief. De etsen tonen rafelig, de houtsneden zijn wat harder gelijnd. Alle mogelijkheden van het materiaal en de techniek werden benut, waardoor een maximum aan zeggingskracht werd bereikt.
Het terugbrengen tot het elementaire is de leidraad in Le Roy's ontwikkeling als graficus. Ook de figuratie werd voortdurend verder geïsoleerd in compacte vormen die opkomen uit de ondergrond en met elkaar werden verbonden door een vrij lineair stramien.
Gauillaume Le Roy voltooide in 1962 zijn opleiding als graficus aan de Amsterdamse School voor Kunstnijverheid (de huidige Rietveldacademie). Hij vertrok naar Frankrijk, maakte er kennis met Bram van Velde en Giacometti en raakte onder de indruk van hun werk. In het werk van Bram van Velde zag hij dat het niet gaat om de realiteit, maar om de ervaringen die de werkelijkheid teweegbrengen; Giacometti benadrukte dat getekend moest worden wat er om het object heen is. Gezichtspunten die leidend werden voor Le Roy's verdere ontwikkeling.
top
PERSBERICHT, Amstelveen, 22 april 2010
Mogens Balle
Een grote Deense onbekende
29.05 - 22.08 2010
De Deense kunstenaar Mogens Balle (Kopenhagen 1921-1988) mag dan in Nederland relatief onbekend zijn. Dat is hij zeker niet in Denemarken en in Cobrakringen.
De internationale belangstelling voor Mogens Balle's werk neemt vooral de laatste jaren flink toe. Het Cobra Museum introduceert deze grote Deense Cobrakunstenaar op Nederlandse bodem en brengt een omvangrijke overzichtstentoonstelling van zijn werk.
De ruim 80 kunstwerken in deze fantasierijke overzichtstentoonstelling zijn het resultaat van een bevlogen en experimenteel kunstenaarsleven.
Er worden voornamelijk olieverf schilderijen getoond; een aantal is gemaakt op rond formaat. De expositie bevat verder keramiek, bronzen sculpturen, gouaches, schetsen en gezamenlijk met andere Cobrakunstenaars gemaakt werk. Ook van de vele collectieve werken die hij maakte met Christian Dotremont zijn voorbeelden aanwezig. Het vroegste werk dateert uit 1938 en het laatste uit 1988. De reizende tentoonstelling is een samenwerking met drie Deense kunstmusea, waaronder het Carl-Henning Pedersen en Else Alfelts Museum uit Herning. De werken zijn in bruikleen afgestaan door vele Deense verzamelaars en galeries en zijn afkomstig uit ander buitenlands bezit.
De tentoonstelling wordt op 28 mei geopend in aanwezigheid van Grete Balle en Annemarie Balle, de vrouw en dochter van de kunstenaar.
Mogens Balle en Cobra
Mogens Balle maakte deel uit van Cobra, de kunsthistorische beweging die als een van de weinige kunstbewegingen uit de 20e eeuw bij voortduring en vanuit verschillende invalshoeken de belangstelling blijft opeisen. De oprichtingsprincipes zijn nog steeds vitaal, populair en revolutionair. Mogens Balle trad in 1949 toe en was zijn verdere leven een groot aanhanger en navolger van de idealen. Hij kwam met Cobra in aanraking door zijn beroemde landgenoot en vriend Asger Jorn.
Mogens Balle nam deel aan gezamenlijke projecten van de groep: de beschildering van het plafond van het weekendhuis in Bregnerød (1949), hij exposeerde samen met Jorn, Egill Jacobsen, Karel Appel en Corneille in de galerie van Pierre Loeb in Parijs ('Cinq peintres de Cobra', 1951) en droeg met tekeningen bij aan het laatst verschenen Cobra tijdschrift.
Zijn spontane poëtische schildertrant kwam vooral na Cobra tot volle ontplooiing.
Dialoog met Cobra
In het omvangrijke oeuvre dat na Cobra ontstond blijkt hoezeer Mogens Balle de dialoog met de Cobratraditie heeft voortgezet. Het werk getuigt van wat typisch en herkenbaar Cobra genoemd kan worden: een intensief kleurgebruik, materialiteit en een grote benadrukking van - rondvormige - fantasiefiguren. Vooral de intensieve experimenten met kleur van zijn mede Cobrakunstenaars maakten op Mogens Balle een diepe indruk. Uit zijn opgetogenheid over kleur haalde hij zijn inspiratie. Hij zette zijn schilderijen op met een verfkleur, luisterde als het ware naar die kleur en concentreerde zich op de emotie die hij wilde uiten. De andere kleuren mengde hij op het doek en ook het vormgebruik waren een logisch gevolg van het schilderproces. Het was hem te doen om het experiment in combinatie met het werken vanuit een spontaan gevoel. Een spontaan poëtisch gevoel dat hij vertolkte in kleur en vorm.
Het experiment stond centraal
Zijn leven lang liet Mogens Balle zich leiden door spontane kunst, direct en abstract. Hoewel zijn vroegste werken naturalistisch waren, was zijn benadering van de realiteit al ongewoon, door de keuze van het motief of het perspectief, of door een bijzonder kleurgebruik. Het werk in de aanloop naar de jaren veertig wordt in toenemende mate abstract en fantasierijk. Deze stijl heeft hij in de jaren vijftig, tijdens Cobra en later in de groep Spiralen verder ontwikkeld. Zijn directe leefomgeving en de natuur blijven inspiratiebronnen.
Samenwerkingen met Dotremont
Vooral met Cobra's literaire leidsman, de schrijver filosoof Christian Dotremont, ontstond een hechte band. Dotremont was een groot liefhebber van zijn werk en inspireerde hem tot nieuwe ontwikkelingen. Samen maakten zij vele collectieve schilderijen en tekeningen, zogenoemde woord-schilderingen, waarin Dotremont korte speelse teksten en metaforen toevoegde aan de schilderingen of tekeningen van Balle.
De poëet
Mogens Balle benaderde de schilderkunst op een poëtische wijze; hij communiceerde zijn ervaringen en gevoelens. Vaak merkte hij op dat hij bij de toeschouwer het gevoel wist op te roepen dat hij in het schilderij had proberen te leggen. Ook de titels geven een hint. Hij zag zich niet geroepen zijn schilderijen uit te leggen, ‘anders had ik schrijver geworden.’ Toch blijkt dit ten dele waar, want Mogens Balle schreef een aantal korte gedichten waarin hij zijn gevoelens en stemmingen uit.
Publicatie
Bij de tentoonstelling is een full colour catalogus verkrijgbaar met teksten van Hanne Lundgren Nielsen en Lars Olesen, directeur en conservator van het Carl-Henning Pedersen en Else Alfelts Museum, kunsthistorica Annemarie Balle en van Troels Andersen, voormalig directeur van het Silkeborg Kunstmuseum. ISBN 978-87-991355-5-4.
Noot voor de pers:
De tentoonstelling was eerder te zien in Denemarken:
03.10.2009 - 03.01.2010
Carl-Henning Pedersen og Else Alfelts Museum in Herning
15.01.2010 - 21.03.2010
Skovhuset ved Søndersø in Værløse
27.03.2010 - 09.05.2010
Bispegården in Kalundborg


