Op dit moment zijn we gesloten

Volg ons op Facebook voor het laatste nieuws

RT @cobramuseum: Zondag de off. opening, maar al te zien vanaf zaterdag 7 oktober: #LeCorbusier 's vierde dimensie in het @cobramuseum http…

Zondag de off. opening, maar al te zien vanaf zaterdag 7 oktober: #LeCorbusier 's vierde dimensie in het… twitter.com/i/web/status/9…

Kijk naar onze CoBrA Summerschool en Zomerse Zondag Workshop!

De CoBrA beweging

CoBrA was een internationale beweging van jonge, vooruitstrevende kunstenaars. In de jaren na de Tweede Wereldoorlog veroorzaakten zij een revolutie: een doorbraak in de moderne kunst die tot op de dag van vandaag doorwerkt in kunstopvattingen en kunstuitingen.

De Cobra kunstenaars in 1948 voor het Stedelijk Museum in Amsterdam. Foto Mw. E. Kokkoris-Syriër
Cobra tentoonstelling 1948 Stedelijk Museum Amsterdam
 
Eugene Brands met Eugenie Brands
 
Asger Jorn in Albisola aan het werk aan een relief. 1959.

De leden van CoBrA vonden elkaar in hun verlangen naar een nieuwe, vrije kunst. In de drie jaar dat CoBrA bestond – van 1948 tot en met 1951– creëerden zij een enorme hoeveelheid kunstwerken in een uitgesproken kleurrijke en fantasievolle stijl. Zij experimenteerden met allerhande technieken en materialen. Hiermee zetten zij de ontwikkeling van de naoorlogse kunst in Europa op een nieuw spoor.

Het ontstaan van CoBrA

In 1948 trof een aantal Deense, Nederlandse en Belgische kunstenaars elkaar in Parijs voor een internationale conferentie van de surrealisten. De Belgische dichter en denker Christian Dotremont vond dat kunst maatschappelijke veranderingen moest bewerkstelligen. Hij was verontwaardigd over de opstelling van de surrealisten, die hij veel te theoretisch vond, en besloot om zelf een groep voor een nieuwe, experimentele kunst op te richten. Zijn oproep werd gedeeld door de Belg Joseph Noiret, de Deen Asger Jorn en de Nederlanders Karel Appel, Constant Nieuwenhuijs en Corneille. Samen ondertekenden ze op 8 november 1948 in het café van het Hôtel Notre Dame het oprichtingsmanifest van Cobra. De naam van de groep is een afkorting van COpenhagen, BRussel en Amsterdam. CoBrA was het eerste naoorlogse samenwerkingsverband van Europese kunstenaars. Na de oprichting sloten verschillende kunstenaars zich aan bij de nieuwe beweging.

Veelzijdig primitivisme en internationale samenwerking

De leden van CoBrA streefden een directe en spontane expressie na. Ze lieten zich daarbij inspireren door creatieve uitingen van kinderen en geesteszieken, naïeve kunst, volkskunst, niet-westerse en tribale kunst en vormen van Scandinavische primitieve kunst uit de Middeleeuwen en de prehistorie. Het experimenteren met materialen, werkwijzen en uitdrukkingsvormen stond centraal. De kunstenaars hadden een afkeer van het nationalisme en verzetten zich tegen de dominante cultuur van de bourgeoisie. Hun socialistische ideaal bestond uit verbondenheid tussen kunstenaars onderling, maar ook tussen de kunstenaar en het volk en tussen de wereldculturen. De internationale samenwerking kreeg vorm door ‘peinture-mots’ (gezamenlijke woordschilderingen), een tijdschrift, reizen en uitwisselingen, tentoonstellingen en collectieve kunstuitingen, waaronder samenwerkingen tussen schrijvers en dichters en het beschilderen van muren.

 

Cobra was de belangrijkste internationale avant-garde beweging in de kunst van Europa direct na de Tweede Wereldoorlog.

Het einde is het begin
Willem Sandberg, directeur van het Stedelijk Museum Amsterdam, herkende de nieuwe tijdgeest in het werk van de CoBrA kunstenaars. Hij gaf de jonge kunstenaars de vrije hand en zo ontstond in 1949 de eerste groepstentoonstelling. Deze werd met veel rumoer ontvangen. De Nederlandse pers noemde de experimentele kunst van CoBrA ‘geklad, geklets en geklodder’. Ondanks de aantrekkingskracht van het samenwerkingsverband beginnen de internationale activiteiten vanaf 1950 te verwateren. De individuele kunstenaars gingen uiteindelijk hun eigen weg. Na een afsluitende groepstentoonstelling in het Paleis voor Schone Kunsten in Luik werd CoBrA in 1951 officieel ontbonden. Appel, Corneille en Constant vertrokken naar Parijs. Daar ontwikkelden ze een persoonlijke stijl. In Nederland voeren Eugène Brands, Anton Rooskens en Theo Wolvecamp hun eigen koers met een abstract expressieve schilderkunst. De oudere generatie van Deense kunstenaars koesterde de interactie met de internationale CoBrA kunstenaars als één van de hoogtepunten in haar artistieke ontwikkeling. Ook Dotremont bleef de ‘idealen’ van CoBrA uitdragen. Constant en Jorn troffen elkaar opnieuw bij de Internationale Situationisten, een nieuwe, revolutionaire kunstbeweging. Constant ontwikkelde eind jaren ’50 New Babylon, een visionaire architectuur voor de spelende mens.

De dichters van de Cobra beweging in hun Dichterskooi in 1948

De geest van CoBrA
Het Cobra Museum stelt de kunst en het gedachtegoed van de CoBrA groep centraal. De collectie van het museum omvat schilderijen, werken op papier, sculpturen, keramiek, textielontwerpen, gedichten, kunstpublicaties en tijdschriften. Het museum beheert ook een archief van historische foto’s, affiches en andere tijdsdocumenten. CoBrA behoort tot de canon van de kunstgeschiedenis. Maar: de ‘geest’ van CoBrA is nog springlevend. Het belang van een alternatieve cultuur, gebaseerd op internationale solidariteit en creativiteit, is in onze huidige geglobaliseerde en hoogtechnische wereld belangrijker dan ooit. Het Cobra Museum verbindt de collectie en de geschiedenis van CoBrA dan ook actief aan hedendaagse kunstenaars en actuele onderwerpen, zoals in de kunstinstallatie Brutal Vitality van het Deense duo Bank & Rau, waarin delen van de collectie van het museum zijn opgenomen.

Frederique Bergholtz / Maria Pask, overview A Way of Making

Schrijf u in voor de Cobra Museum nieuwsbrief