Op dit moment zijn we gesloten

Volg ons op Facebook voor het laatste nieuws

RT @cobramuseum: Zondag de off. opening, maar al te zien vanaf zaterdag 7 oktober: #LeCorbusier 's vierde dimensie in het @cobramuseum http…

Zondag de off. opening, maar al te zien vanaf zaterdag 7 oktober: #LeCorbusier 's vierde dimensie in het… twitter.com/i/web/status/9…

Kijk naar onze CoBrA Summerschool en Zomerse Zondag Workshop!

Theo Wolvecamp

-

Hengelo 1925, Amsterdam 1992

Theo Wolvecamp werd op 30 augustus 1925 geboren te Hengelo. Hij was actief als schilder. Tijdens de Tweede Wereldoorlog begon hij verfijnd kubistisch te schilderen en leerde het echte tekenen op privéles. In 1945 werd hij toegelaten tot de kunstacademie in Arnhem. Toen hij zich in 1947 in Amsterdam vestigde om alles wat hij op de academie geleerd had overboord te gooien, belandde hij in een bliksemcarrière. In korte tijd ontwikkelde hij een spontane abstracte schilderkunst met vrije vormen en lijnen waarmee hij direct aansloot bij het experimentele werk van Karel Appel (1921-2006), Constant (1920-2005), Corneille (1922-2010) en Anton Rooskens (1906-1976), die met stomheid geslagen waren toen zij de improvisaties van die straatarme Twentse schilder onder ogen kregen. In 1948 werd Wolvecamp de jongste medeoprichter van de Experimentele Groep in Holland en schaarde hij zich enthousiast achter de doelstellingen van Cobra. Zijn schilderijen, gouaches en tekeningen uit die periode zijn explosies van spontane abstracties, waarin zwarte, bijna kalligrafische lijnen zich slingeren om de in een lichte ruimte bewegende gele en blauwe vlekken. Wolvecamp bleek te zeer een individualist te zijn om actief deel te willen nemen aan groepsactiviteiten. Toch is hij vrij snel teruggekomen op zijn besluit bij de tentoonstelling in 1949 in het Stedelijk Museum om uit de Cobra beweging te gaan. Hij behield het contact met Appel, Constant en Corneille en nam deel aan de tentoonstelling in Luik in 1951. Er is weinig werk van hem uit de Cobra jaren bewaard gebleven omdat hij, ontevreden over het resultaat, veel vernietigde. Wat vooral opvalt zijn de tekeningen. Deze lijken sterk beïnvloed door de psychoanalytische tekeningen en improvisaties van de Amerikaanse action-painter Jackson Pollock (1912-1956). De ongeremdheid die hij op papier en met tekenmiddelen aan de dag legde won in zijn lange schildersleven tot op het laatst van de aarzelingen in daad en gevoel die verf en linnen bij hem opriepen. Alleen de (weinige) schilderijen die in één keer tot voltooiing kwamen bezitten dezelfde onbeladen directheid. Halverwege de jaren ‘50 barstte hij los met expressionistische surreële doeken. In zware verfmassa’s duiken in een broeierig kleurpalet mythische figuren op die van dezelfde familie lijken als de reuzen en trollen van Asger Jorn (1914-1973) en Appel.  Naast Cobra heeft Wolvecamp binnen zijn ontwikkelingsproces vele invloeden ondergaan. Vooral de pioniers van de moderne kunst zoals Chaïm Soutine (1893-1943), Wassily Kandinsky (1866-1944), Paul Klee (1879-1940), Marc Chagall (1887-1985), Henri Matisse (1869-1954), Joan Miró (1893-1983), Arshile Gorky (1904-1948) en Pollock zijn hierbij doorslaggevend geweest. Vanaf 1948 nam Wolvecamp deel aan talloze groepstentoonstellingen in binnen- en buitenland.

Schrijf u in voor de Cobra Museum nieuwsbrief