Op dit moment zijn we gesloten

Volg ons op Facebook voor het laatste nieuws.

Today is #museumselfieday @cobramuseum Installing the exhibition Eugène Brands: From Studio to Universe pic.twitter.com/gRR9MTvrgb

Enthousiaste bespreking van The Aalto Natives door @kunstmeisjes: 'de scherpe maatschappijkritiek [...] verpakt in… twitter.com/i/web/status/9…

Kijk op deze site naar de actuele workshops.

Lotti van der Gaag

-

Den Haag 1923, Nieuwegein 1999

Lotti van der Gaag werd als Charlotte van der Gaag op 18 december 1923 geboren te Den Haag. Ze was actief als beeldhouwster en schilderes. Lotti was tot 1949 op de Haagse Vrije Academie bij Livinus van de Bundt en wijdde zich bijna volledig aan het beeldhouwen. Naast het beeldhouwen en later ook schilderen, is zij altijd blijven tekenen. Zij is nooit officieel lid geweest van de Cobra beweging maar zij werd door verwantschap met de kunst van Cobra wel tot de experimentelen gerekend en exposeerde met hen. Met Karel Appel (1921-2006) en Corneille (1922-2010) deelde zij hetzelfde atelierpand in Parijs. Al in 1948, voordat zij de kunst van Cobra kende, begon zij op spontane wijze vreemde, soms beklemmende fantasiewezens te beeldhouwen in klei. Vooral haar reliëfs in terra cotta, waarmee zij in 1949 debuteerde, en haar tekeningen vertolkten door de primitivistische inslag van de onderwerpen de mythe van Cobra. Het oeuvre van Lotti speelde een opmerkelijke rol in de informele, abstract-expressionistische kunst van na 1945 vanwege de nadruk op de ruwe materie die uit de natuurlijke vorm losbrak en de vitale expressie die verheven werd tot een doel op zich. Soms ontstonden er vreemdsoortige kruisingen tussen poliepachtige vormen van planten en dieren, die zich plotseling ontpopten als roofvogels of bosgeesten. Eind 1950 vertrok zij naar Parijs waar zij begon te tekenen. Zij zette in zeer krachtige trant met Siberisch krijt in dikke, meestal zwarte lijnen,  kinderlijke fantasiewezens op papier die refereerden aan de grote koppen met sterk benadrukte ogen van haar beelden uit deze periode.  Onder invloed van haar Parijse leermeester Ossip Zadkine (1890-1967) “brak” zij vanaf eind 1950 figuren open om ruimte toegang te geven tot het beeld. Haar plastieken evolueerden van kleine compacte chamottefiguurtjes naar meer monumentale constructies. De eerste opengewerkte sculpturen, de “maanmannen”, markeerden het beginpunt van haar zogenaamde “vegetatieve” periode in de jaren zestig. De klei raakte verstrikt in plantaardige vormen en de fantasiewezens werden geabstraheerd tot een comlex vormenspel van woekerende vegetatie. In deze periode greep Lotti inmiddels naar olieverf op doek en maakte zij min of meer abstracte, surrealistische schilderijen in aardtinten die naadloos aansloten bij de vegetatieve beelden. Lotti schoof de anekdotische waarden van de imitatieve kunst opzij en maakte, los van de traditie, de weg vrij voor souvereine kunstwerken die niet meer verwijzen naar de realiteit of de natuur, maar een eigen natuur vertegenwoordigen. Vooral als beeldhouwster genoot zij vanaf de jaren vijftig en zestig bekendheid in binnen- en buitenland. Haar beelden, schilderijen en tekeningen zijn opgenomen in diverse musea en particuliere collecties.

Schrijf u in voor de Cobra Museum nieuwsbrief