Op dit moment zijn we gesloten

Volg ons op Facebook voor het laatste nieuws

RT @cobramuseum: Zondag de off. opening, maar al te zien vanaf zaterdag 7 oktober: #LeCorbusier 's vierde dimensie in het @cobramuseum http…

Zondag de off. opening, maar al te zien vanaf zaterdag 7 oktober: #LeCorbusier 's vierde dimensie in het… twitter.com/i/web/status/9…

Kijk naar onze CoBrA Summerschool en Zomerse Zondag Workshop!

Jan Nieuwenhuijs

-

Amsterdam 1922, Amsterdam 1986

Jan Nieuwenhuijs werd op 8 januari 1922, als de jongere broer van Constant (1920-2005), geboren te Amsterdam. Hij was werkzaam als schilder en maker van objecten. In 1948 was hij medeoprichter van de Experimentele Groep in Holland. Hij werd ook lid van Cobra maar trok zich in 1949 alweer terug om zijn artistieke loopbaan, betrekkelijk teruggetrokken, te vervolgen. Toch is zijn korte lidmaatschap van beslissende betekenis geweest. In 1964 heeft hij over die jaren gezegd: “Het klimaat was zo, dat wij allemaal wat nieuws wilden. Wij zochten een nieuwe kunst die de felheid had van onze dagen. Ook voor het eventuele nageslacht”. Nieuwenhuijs studeerde in het begin van de oorlog aan de Rijksacademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam en maakte toen naturalistische stillevens. In de loop van 1948 ging hij steeds meer uit van de materie en de kleur. Evenals de Cobraschilders kwam hij vanuit de materie tot zijn onderwerp. Hij begon dromerige fantasievoorstellingen te schilderen met figuurtjes die duidelijk verwantschap hebben met de mythische Cobrawezens. Toch is er een opmerkelijk verschil met de Cobra-wereld. De opzettelijk houterige figuurtjes van Nieuwenhuijs die duidelijk gebaseerd zijn op de kindertekening, stralen door de wrange zoete kleuren en een fel geel licht een surreële sfeer uit. In deze visionaire wereld volgepakt met mensen, vissen, boten en veel potige cyclopen die zich allemaal moeten ophouden in een ongedefinieerde kosmische ruimte, is eerder de invloed van Joan Miró (1893-1983) en het surrealisme te herkennen dan die van Cobra. In de jaren ‘50 veranderde Nieuwenhuijs zijn schilderwijze enigszins. Tegen een achtergrond van wild geschilderde, fabuleuze onderwaterkleuren plaatste hij grote magische figuren met zware contouren die sterk doen denken aan niet-westerse en prehistorische kunst. Rond 1960 kwam hij meer onder invloed van het automatische handschrift van de lyrische abstractie en maakte de figuratie plaats voor grote fantomen in uitgesponnen sprookjesachtige kleurvlekken. Ook in deze werken is diezelfde wonderlijke samensmelting van surrealisme, Cobra en lyrische abstractie te zien die kenmerkend is geworden voor zijn hele oeuvre.

Schrijf u in voor de Cobra Museum nieuwsbrief