Corneille

Luik - Parijs

Luik 1922, Parijs 2010

Corneille werd als Cornelis Guillaume van Beverloo geboren op 3 juli 1922 te Luik. Hij was actief als schilder en dichter. In 1937 volgde hij reclametekenlessen in Haarlem en bezocht van 1940-1943 de tekencursus van de Rijksacademie in Amsterdam, waar hij Karel Appel (1921-2006) ontmoette. De Academie interesseerde hem niet omdat hij geen heil zag in het  natekenen van “witte draperieën” (de klassieke gipsfiguren). Hij meende er niets van te kunnen leren: “Wij waren experimentele schilders, het experiment gold, niet het fraai afgelikte mooi verzorgde schilderij. Nee, het ging echt om het creatieve gebeuren”. Corneille was als schilder autodidact. Na de oorlog reisde hij met Appel naar Limburg waar ze mapjes kochten met kunstreproducties van Picasso, Matisse en de schilders van de École de Paris. De invloed ervan op hun werk werd meteen zichtbaar. Maar die invloed duurde niet lang. Corneille ontwikkelde al vóór Cobra, in 1947, zijn mythische mede op de kindertekening geïnspireerde figuratie met uitbundige vrolijke en felgekleurde vormen tijdens een verblijf in Boedapest. Daar ontdekte hij het werk van Paul Klee (1879-1940), Joan Miró (1893-1983) en de geschriften van de surrealistische dichters en ontmoette de schilder Jacques Doucet (1924-1994). Onder invloed van deze indrukken begon Corneille vanuit zijn verbeelding te werken en mythen te schilderen. Het bezoek aan Boedapest heeft Corneille’s beeldend inzicht blijvend beïnvloed. Eveneens van fundamentele betekenis voor zijn latere ontwikkeling was zijn bezoek met Appel aan Parijs en de confrontatie met het werk van de Deense schilders Asger Jorn (1914-1973) en Carl-Henning Pedersen (1913-2007). Vooral de vogels in het werk van de mythe-scheppende Denen maakten grote indruk op hem. Een jaar later brak de Deense fabelwereld door in Corneille’s schilderijen. Vogels, vissen en sprookjeswezens vlogen spontaan rond in een imaginaire ruimte. Het was voor Corneille vooral de tijd van het experiment met een grote variëteit aan onderwerpen, vormen en kleuren en met verschillende teken- en schilderwijzen. Vanaf 1947 maakte hij grafiek, collages en assemblages en ontstonden in Denemarken zijn eerste collectieve werken. Corneille ontmoette Constant (1920-2005) in 1948 op de tentoonstelling van Klee in Amsterdam. Na zijn bezoek aan de tentoonstelling besloot hij onmiddellijk “in de voetstappen van Klee” naar Tunesië te gaan waar werken ontstonden met de voor hem typische zandbruine en zomerrode kleuren, in een spontaan handschrift. In juli 1948 richtte Corneille met Appel en Constant de Experimentele Groep in Holland op, waarbij zich later ook andere Nederlandse schilders en enkele dichters aansloten. In november van datzelfde jaar waren de drie Nederlanders in Parijs samen met Deense en Belgische kunstenaars de medeoprichters van Cobra. Corneille werkte mee aan het vierde nummer van het tijdschrift Cobra dat in 1949 verscheen bij de eerste Cobra tentoonstelling, in het Stedelijk Museum in Amsterdam. In 1950 vestigde hij zich definitief in Parijs. Kort daarna ondernam Corneille een reis naar de Sahara die een onmiddellijke weerslag had in een reeks abstracte schilderijen. Daarin schilderde hij Afrikaanse verschroeide aardkorsten en steden vanuit vogelvluchtperspectief, in compacte vormen en met sterke kleurcontrasten. In Algerije werd hij getroffen door de primaire en sensuele aard van de primitieve kunst en de geometrische decoraties van nomadische volken. Aan het einde van de jaren zestig herleefde het mythische element van de beginperiode. De weelderige aarde bleef daarbij een steeds terugkerend motief, maar nu in de vorm van een vrouwenlichaam met daarnaast of daarboven, de vogel als het volmaakte beeld van de beweging of liever, de blijdschap van de beweging. De figuratie was weer mythe geworden. Sinds 1948 heeft Corneille vele reizen gemaakt naar Denemarken, Zweden, Algerije, Noord- en Centraal Afrika, de Nederlandse Antillen, Brazilië, Cuba, Mexico en de USA. In Italië maakte hij in Albisola keramiek en in Spanje experimenteerde hij met licht en kleur. Hij veroverde de wereld met zijn bevlogen fantasie van zonnetempels, overdadige vegetatie en inspiratie uit wereldculturen. Zijn werk, waarmee hij internationale bekendheid verwierf is opgenomen in vele collecties en werd geëxposeerd over de gehele wereld.

Schrijf u in voor de Cobra Museum nieuwsbrief