Op dit moment zijn we gesloten

Volg ons op Facebook voor het laatste nieuws.

Vanaf vandaag 4 exposities te zien @cobramuseum ! #theaaltonatives van @nathanielmellors en @erkkanissinen, Christi… twitter.com/i/web/status/9…

RT @FinEmbNL: The Aalto Natives by Nathaniel Mellors and Erkka Nissinen starts tomorrow @cobramuseum #amstelveen #aaltonatives #Finland

Kijk op deze site naar de actuele workshops.

Anton Rooskens

-

Horst 1906, Amsterdam 1976

Anton Rooskens werd op 16 maart 1906 geboren te Horst. Hij was actief als schilder en als kunstenaar autodidact. Tijdens zijn opleiding aan de technische school in Venlo van 1924 tot 1934 begon hij in de jaren ‘20 in zijn geboortestreek Limburg te schilderen in de trant van Vincent van Gogh (1853-1890). Hij ging regelmatig naar het Stedelijk Museum in Amsterdam en ontdekte daar werken van de eigentijdse moderne schilders uit de collectie van Regnault. Vooral Pablo Picasso (1881-1973), Georges Braque (1882-1963), Amedeo Modigliani (1884-1920) en de Belgen Frits van den Berghe (1883-1939) en Constant Permeke (1886-1952) vond hij zo indrukwekkend dat hij in 1935 naar Amsterdam verhuisde om er de kunstontwikkelingen van nabij te volgen. Hij werd docent elektrotechniek aan de R.K. ambachtsschool Don Bosco en schilderde in de Vlaams-expressionistische stijl van Permeke. In 1940 debuteerde hij met een kleine solotentoonstelling bij de in etnografica gespecialiseerde kunsthandel Aalderink. Na de oorlog begon voor Rooskens een nieuw schildersleven. Van kapitaal belang hierbij bleek de ontdekking van Afrikaanse volkskunst en voorouderbeelden uit Nieuw-Guinea die hij voor het eerst zag op de tentoonstelling Kunst in Vrijheid in Amsterdam. Deze wereld van het oorspronkelijke opende hem de ogen voor het kubistische werk van Picasso en veranderde de basis van zijn eigen kunst. Het eerste signaal van een serieuze vernieuwing was zijn schilderij Les gens du soleil (1945) dat met zijn vereenvoudigde hoekige vormen en donkere kleuren een verwijzing inhield naar Les Demoiselles d’Avignon (1906) van Picasso. Het betekende een blijvende fascinatie voor primitieve culturen. Maar het jungle-avontuur begon pas goed rond 1947 toen hij zich volledig ging richten op de kunst van Nieuw-Guinea, Afrika en India en composities schilderde waarbij hij dierfiguren en zwarte magische tekens als maskers, schilden en godenbeelden verstrengelde in een kluwen van spontane kleurvlekken en lijnen. Met deze nieuwe vrije expressie vond Rooskens in 1946 via de tentoonstelling Jonge Schilders in het Stedelijk Museum in Amsterdam aansluiting bij de experimentele kunstenaars Karel Appel (1921-2006), Eugène Brands (1913-2002) en Corneille (1922-2010), de oprichters van de latere Experimentele Groep in Holland (1948). Bij Jonge Schilders ontmoette hij ook kunstenaars die in 1947 de abstracte groep Vrij Beelden zouden oprichten en waarmee Rooskens in 1948 exposeerde. Met de beide oprichters Willy Boers (1905-1978) en Ger Gerrits (1893-1965) reisde hij in 1947 naar Parijs en raakte daar geïnspireerd door de Precolumbiaanse kunst in het Musée de l’Homme en de surrealistische muurschilderingen in de psychiatrische inrichting Sainte-Anne. In deze periode werd hij heen en weer geslingerd tussen de abstracte vormen van het kubisme en de spontane improviserende werkwijze van het surrealisme. Rooskens leerde in 1948 Constant (1920-2005) kennen en was in dat jaar medeoprichter van de Experimentele Groep in Holland (1948), die daarna opging in de internationale Cobra-beweging. In 1949 exposeerde Rooskens op de Cobra tentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Kort daarop distantieerde hij zich samen met Brands van Cobra. Rooskens en Brands pasten als oudere garde van de Experimentele Groep in Holland beter bij Vrij Beelden vanwege hun abstracte surrealistiche experimenten. Rooskens voelde zich daarna meer aangetrokken tot de groep rond Boers, die in 1950 de kunstenaarsgroep Creatie oprichtte, omdat hij vond dat Vrij Beelden niet abstract genoeg was. Rooskens zat als medeoprichter in de redactie van het eenmalig verschenen blaadje “Creatie”  waarin uitspraken over surrealisme en abstractie van wegbereiders zoals Kandinsky, Klee en Miró werden geciteerd. “Hun uitspraken zijn de onze” aldus Creatie die korte tijd later met Vrij Beelden zou opgaan in de Liga Nieuw Beelden, een samenvoeging van Creatie, Vrij Beelden en de Experimentele Groep in Holland. Hoogtepunt van de samenwerking met Creatie waren de abstracte wandpanelen die Rooskens samen met Brands, Boers en Gerrits schilderde in de Amsterdamse Don Bosco school. Toen in 1954 zijn hartenwens om naar Afrika te gaan in vervulling ging vond Rooskens in Oeganda, Kenia  en Belgisch Kongo (Zaïre) inspiratie tot het maken van abstracte, opvallend strakke composities met Afrikaanse motieven en ingekraste lijnen in de Kongokleuren zwart, rood, oker en geel. In 1957 brak Rooskens los als materieschilder, heftiger dan tevoren zelfs, met abstracte tekens en indringend zwart in forse penseelvoering op grote doeken. In de jaren ’60 en ‘70 kwam hij tot een kleurrijke herleving van zijn Cobra stijl met een lichter en speelser palet. Inmiddels had Cobra hem een stempel gegeven waarmee hij de geschiedenis in zou gaan. Uit een perfecte synthese van surrealistische abstractie en motieven die getuigen van zijn diepe verbondenheid met de primitieve kunst ontstond een authentieke Rooskens-mythe. Rooskens exposeerde met Cobra in 1948 (Kopenhagen) en in 1949 (Amsterdam). Met Vrij Beelden in 1948 en met Creatie in 1951 (Amsterdam); daarna regelmatig op diverse nationale en internationale tentoonstellingen in Denemarken, Duitsland en in Frankrijk, waar hij vier maal deelnam aan de Parijse Salon des Réalités Nouvelles. Een overzichtstentoonstelling in 1976 en 1977 ter ere van zijn zeventigste verjaardag mocht hij niet meer meemaken. Hij overleed in 1976.

Schrijf u in voor de Cobra Museum nieuwsbrief