20 Feb 2018 - 30 Dec 2018

De Cobra Museum-collectiepresentatie

De CoBrA-beweging was een van de belangrijkste kunstbewegingen in de 20ste eeuw. Het Cobra Museum toont steeds in wisselende tentoonstellingen haar CoBrA-collectie.

De nieuwe collectiepresentatie is verdeeld over twee zalen. In de Waterzaal ligt de nadruk op het multidisciplinaire karakter van CoBrA. De CoBrA-kunstenaars richtte zich op het maken van werk met een driedimensionaal karakter, zoals keramiek en sculptuur en was er de interesse in de relatie tussen het geschreven woord en beeld. In de presentatie op de eerste verdieping gaat de aandacht uit naar de schilderkunst en werk op papier. De kunst is bij benadering gegroepeerd rond nationaliteit: de Nederlandse, Deense en Belgische takken van CoBrA. De getoonde werken geven een indruk van de uiteenlopende wijzen waarop de verschillende leden die aan CoBrA verbonden waren zich tijdens, maar ook na, CoBrA zouden ontwikkelen. De associatieve, niet strikt chronologische benadering van deze presentatie wordt benadrukt door de modulaire tentoonstellingsarchitectuur, ontworpen door het multidisciplinaire ontwerp- en productiebureau PolyLester.

De relatie tussen schrift en beeld speelde binnen CoBrA een belangrijke rol. Het schrift werd door de leden van de groep gezien als een spontane creatieve expressie die naast haar functionele ook een beeldende kwaliteit bevatte. Zo schreef Christian Dotremont in het tijdschrift Cobra no. 7 over zijn vondst dat wanneer hij zijn schrift verticaal tegen het licht hield, hij daarin een gelijkenis trof met de oosterse kalligrafische tekening. Eerder al, in 1944, had Asger Jorn verkondigd dat schrift en beeldende uitingen eigenlijk aan elkaar gelijk zijn.

Naast Dotremont en Joseph Noiret, de Belgische medeoprichters van CoBrA, waren er diverse andere dichters betrokken bij de groep, waaronder Lucebert (zie hieronder) , Gerrit Kouwenaar, Jan Elburg en Hugo Claus (later bekend als ‘De Vijftigers’). Net als de CoBrA-kunstenaars zetten deze experimentele dichters zich af tegen de opvattingen van hun voorgangers. Door zich op de ervaring van taal te richten in plaats van op de directe betekenis, ontwikkelden deze dichters een radicaal nieuwe stem in de poëzie.

Lucebert

In het deel van de collectiepresentatie dat zich richt op de poëzie van CoBrA is ook ruim aandacht voor de Lucebert (Lubertus Jacobus Swaanswijk). Onlangs verscheen de biografie ‘Lucebert’ van biograaf Wim Hazeu. Hierin staat een onthulling die recentelijk veel stof heeft doen opwaaien. Uit brieven is gebleken dat de jonge Lucebert tijdens de Tweede Wereldoorlog bevlogen was geraakt door het fascisme en er antisemitische opvattingen op nahield. Lucebert verzweeg zijn nazi-sympathieën zijn leven lang. Dat de schokkende feiten een nieuw licht werpen op Lucebert als persoon is evident, maar hoe ze de interpretatie van zijn werk zullen gaan beïnvloeden is minder gemakkelijk vast te stellen en iets dat de komende jaren zal moeten blijken. Een in onze huidige tijd dominante opvatting is dat bij kunst het werk los moet worden gezien van de maker: het gaat niet om wat de maker in zijn werk heeft gestopt, maar wat de beschouwer er uit haalt. Maar is dat zo? Het Cobra Museum zal het werk van Lucebert, zoals in deze collectiepresentatie, blijven tonen aangevuld met aangepaste teksten om het gesprek daarover mogelijk te maken.

Christian Dotremont 'Blauwe winter' 1979. Collectie Cobra Museum voor Moderne Kunst / Langdurige bruikleen van Karel van Stuijvenberg, Caracas.

De wens van de CoBrA-kunstenaars om zich op een geheel vrije en spontane wijze te uiten, manifesteerde zich niet alleen op tweedimensionaal vlak, maar ook in experimenten met keramiek. In het najaar van 1948, vlak voor de oprichting van CoBrA, en in 1949 experimenteerden Karel Appel, Constant, Corneille en Anton Rooskens met keramiek in de aardewerkfabriek ‘Russel-Tiglia’ te Tegelen. Ze beschilderden in de fabriek geproduceerde schalen, kommen en vazen met zowel abstracte motieven als fantasiefiguren.

De keramiekproductie van een aantal CoBrA-kunstenaars kwam na het uiteenvallen van de groep, halverwege de jaren 50, tot een hoogtepunt. De Deense CoBrA-kunstenaar Asger Jorn was hiervan de initiator. Aangespoord door de bevriende kunstenaar Enrico Baj, was Jorn in 1953 naar Albisola verhuisd, een Italiaans kustplaatsje dat bekend stond om zijn rijke pottenbakkerstraditie. Tussen 1954 en 1956 organiseerde Jorn hier een aantal bijeenkomsten in de keramiekfabriek van Tullio Mazzotti, waarop diverse kunstenaars, zoals Appel en Corneille, gezamenlijk met klei en verf werkten.

Asger Jorn in Albisola aan het werk aan een reliëf. 1959.

Musique barbare: Karel Appel en Ed van der Elsken

In de waterzaal is er een recente verrijking van de collectie van het museum te zien: de publicatie Musique Barbare (1963), over Karel Appel en zijn experimentele ontdekkingstocht in de jazz, met de originele afdrukken van de fotograaf Ed van der Elsken die Appel’s avontuur in de jazz muziek of foto en film vastlegde. In 1961 sloot Karel Appel zich samen met geluidstechnicus Frits Weiland veertien dagen lang op in een geluidsstudio van Philips in Hilversum. Daar maakte Appel, geïnspireerd door de bevrijdende klanken van jazz, muziek voor de documentaire De werkelijkheid van Karel Appel (1961) van cineast Jan Vrijman (1925-1997). Appel bespeelde verschillende instrumenten en bewerkte de opnames vervolgens elektronisch. De door Appel gecomponeerde nummers werden ook uitgebracht op LP met de titel Musique Barbare en begeleid door een gelijknamige publicatie.

Hier kunt u enkele tracks van Musique Barbare horen.

Karel Appel: Musique Barbare. Foto © Ed van der Elsken

Schrijf u in voor de Cobra Museum nieuwsbrief